DE VLINDER IN DE INKPOT.EEN NEDERLANDSE ROMAN OVER DE SPAANSE BURGEROORLOG.

Een reactie plaatsen

16 juni 2020 door spanje3639

voorplat De vlinder in de inktpot

DE VLINDER IN DE INKPOT.EEN NEDERLANDSE ROMAN OVER DE SPAANSE BURGEROORLOG.

Groot was onze verrassing toen uitgeverij Wereldbibliotheek de uitgave aankondigde van een roman over de Spaanse Burgeroorlog door een jonge Nederlandse schrijver, Patrick Bassant (1977). Hoe vaak hebben we niet geschreven dat die oorlog in Nederland een ‘vergeten oorlog’ is. En dan nu een roman, gebaseerd op historische gegevens en historische personages. Eén van die personages is schrijver Johan Brouwer ( zie https://spanjestrijders.nl/bio/brouwer-johan). We vroegen zijn biograaf, historicus Hendrik Henrichs, de schrijver te interviewen. Het werd – noodgedwongen – een interview per mail:

Bij eerste lezing  had De vlinder en de inktpot op mij dezelfde uitwerking als Woody Allen’s film Midnight in Paris(2011): boek en film nemen je mee naar een verleden waarin je beroemdheden tegen het lijf kunt lopen. Mijn associatie kwam ongetwijfeld door Ernest Hemingway, die zowel in film als boek lijfelijk aanwezig is. Na mijn eerste mail schreef Bassant dat hij de film niet kende, dus deze associatie laten we helemaal voor mijn rekening… Bij verdere lezing zag ik ook wel dat de roman een stuk dieper gaat dan het amusement van Woody Allen, maar toch: al is het maar een guilty pleasure, plezierig blijft het om dit boek te lezen.

Terzake. Patrick Bassant gaat uitgebreid in op mijn vragen over de achtergrond van de roman, de opbouw ervan, en de personages en verhaallijnen. We doen ons best om geen spoilers weg te geven, want naar het einde toe wordt De vlinder en de inktpot ook een spannend boek … Mijn vragen (HH) zijn vetgedrukt, daaronder volgt, zonder aanhalingstekens, het antwoord van de schrijver (PB). 

HH: Ik ben benieuwd hoe je idee voor dit boek tot stand kwam. 

PB: In eerste instantie stootte ik in 2008 op een artikel in NRC met het verhaal van de koffer van Capa. Capa heeft in Parijs een koffer vol negatieven meegegeven aan een assistent en die heeft hem overgedragen aan een diplomaat die naar Mexico vertrok. Capa zelf vertrok naar Amerika – als Hongaars-Joodse kunstenaar met communistische sympathieën was hij in Europa niet veilig meer. Na de oorlog was het bekend dat foto’s van de burgeroorlog van grote waarde konden zijn, zowel politiek als publicitair. Capa was een van de oprichters van Magnum fotografie, dus hij was prima op de hoogte hoe je foto’s van waarde kon voorzien. En toch heeft hij tot zijn dood in 1954 geen moeite gedaan die koffer op te sporen. Een nazaat van de diplomaat vond de koffer begin jaren 90 in Mexico-City op zolder, wist te achterhalen dat ze van Capa, Gerda Taro en Chim  ( David Seymour) waren en nam contact op met de Robert Capa Foundation in New York, onder leiding van Capa’s broer Cornell. En beide partijen bezwoeren dat het niet om geld ging, maar ze hebben er 20 jaar over gedaan om die koffer van Mexico City naar NYC te brengen. Ja, wat speelt er dan? Dat triggerde me heel erg. Wie stond er op die foto’s? Welk geheim verhaal werd er verteld? Was er nog meer interesse van andere partijen? En is de koffer uiteindelijk wel compleet aangekomen in NY?

Afijn, dat was het begin. Uiteindelijk is het hele verhaal verschoven, omdat ik mijn focus begon te verleggen naar mensen die van mening veranderen, naar kunstenaarsengagement. Behouden bleef wel de oorlogsfotografie en ik ontkwam ook niet aan Capa’s iconische foto van de stervende soldaat, maar Capa zelf is wat ondergesneeuwd. Ik kon hem als romanpersonage te weinig gebruiken. Uit zijn biografie begreep ik dat hij hoofdzakelijk in bad lag en zo goed als geen Engels sprak – daar kan je niet zo veel mee. 

HH: Kun je iets zeggen over je belangstelling voor de Spaanse Burgeroorlog? 

PB: Wat mij bij het lezen over de Spaanse Burgeroorlog zo opviel, was dat de Europese mogendheden zo ziende blind zijn gebleken. In retrospectief is het duidelijk dat de burgeroorlog een opstapje is geweest voor de Tweede Wereldoorlog. De goede verstaander had het als een waarschuwing kunnen zien. Het lijkt erop dat in heel Europa politici hebben gedacht: als we nu een hek om Spanje heen zetten, dan kunnen die communisten en fascisten het samen wel uitvechten en hopelijk roeien ze elkaar uit. Terwijl al vanaf 1933 vluchtelingen met een linkse of joodse achtergrond Duitsland ontvluchtten en konden getuigen van de ware aard van het fascisme. Dat Adolf Hitler nog zo lang een ‘bevriend staatshoofd’ werd genoemd… misdadig. Ik vond dat zo intrigerend. Alle aanwijzingen waren er al. Gelukkig was niet iedereen zo blind: tegelijkertijd waren er vanuit de hele wereld vrijwilligers die naar Spanje trokken om daar te vechten, waaronder ook opvallend veel kunstenaars. Ik begon me te realiseren dat dit de laatste keer was dat kunstenaars hun eigen kunst niet vertrouwden als ze iets over politiek te melden hadden. Ga maar na: George Orwell, Jef Last, Ludwig Renn, David Alfaro Siqueiros, misschien Malraux ook, ze vertrouwden er allemaal op dat ze met een geweer meer konden bereiken dan met een ganzenveer. Die specificiteit van hun kunstmedium is daarna meer bepalend geworden; Woody Guthrie zet een paar jaar later TMKF op zijn gitaar: This Machine Kills Fascists. En als Jimi Hendrix protesteert tegen de Vietnamoorlog, doet hij dat met zijn gitaar. En dat heeft allemaal weer te maken met de mogelijkheden van het beeld, de geïllustreerde tijdschriften die in die jaren opkwamen. Sommigen had dat op tijd door, zoals Robert Capa en Hemingway. De gedachte ‘als de vijand je met staal aanvalt, moet je met staal terugvechten’ zat diep. En dat terwijl van Orwell zijn verslag van zijn rol in de oorlog, Homage to Catalunya,  juist overgebleven is, en van Jef Last staat zijn Spaanse tragedie, een bundeling van zijn brieven aan zijn vrouw in Amsterdam, ook nog overeind. Uiteindelijk is de pen wel degelijk machtiger dan het zwaard…

Dus die tegenstelling tussen een volstrekt cynische politiek en een groep mensen die bereid is zijn leven te geven om wat zij herkennen als gevaarlijk en antidemocratisch geweld, gevoegd bij de ontwikkelingen van nieuwe kunstvormen als oorlogsfotografie, daar wilde ik iets mee doen. Helden, lucide inzichten en artistieke schoonheid.

HH: Naast een groot aantal personages die je ontleent aan de historische werkelijkheid speelt de communistische fotograaf Pit een, misschien wel de, centrale rol. Ik kon hem niet verbinden aan een historisch persoon. Kun je wat meer zeggen over dat personage Pit? Bevat hij elementen van historische personen of is hij geheel fictief? Wat is zijn functie in jouw vertelling?

Pit (ruwe bolster) is mijn oliemannetje. Omdat het overgrote deel van mijn boel op historische gebeurtenissen en bronnen berust, had ik iemand nodig die het verband kan leggen tussen al die momenten, die overal precies op het juiste moment is en een goed excuus heeft om niet te veel zelf te praten, maar vooral te kijken en te luisteren. Zoals Atte Jongstra op de presentatie zei, maakt Pit het verhaaltechnisch mogelijk om van interessante locatie naar interessante locatie te springen. En in hem kon ik ook weer heel verschillende verhalen kwijt. Er zitten stukjes Carel Blazer en Hans Sibbelee in hem, twee Nederlandse fotografen, zijn route naar Spanje is die van een groepje Zaanse vrijwilligers ( Gerrit Giere en frans Oord, wier interviewtranscripten ik in het IISG las, zijn angstdroom over de fascistische chirurg vond ik in een artikel over Belgische verpleegsters van Sven Tuytens, van Generaal Walter is bekend dat hij mensen inhuurde om voor hem foto’s te maken – die zijn enkele jaren geleden ook mooi uitgegeven. Verder zit er veel van John Sommerfield in Pit, wat stukjes Orwell en Leo Klatser, Abel Paz, Arie van Poelgeest. Ik heb zijn levenswandel gemonteerd uit overal opgepikte stukjes geschiedenis. Pit heeft dan niet echt bestaan, maar bijna alles wat hij mee maakt is wel historisch verantwoord. Wat nog niet wil zeggen dat het waar is maar dat is een heel andere discussie. Soms is een verhaal zo mooi dat ik het niet kapot wilde checken. Dat is toch een voorrecht van de literatuur.

HH: Nu een voor mij belangrijke vraag: hoe kwam je op het idee Brouwer als  personage te kiezen, en hem – als ik het goed zie naast twee andere centrale verhaallijnen van Pit en Jef Last – een eigen verhaallijn te geven?  

PB: Probleem van veel wat er over de Spaanse Burgeroorlog is geschreven, is dat het niet zo objectief was. Dat is heel begrijpelijk – ‘het was niet de tijd voor nuance’ zegt een politieagent ergens tegen Brouwer. Maar in een roman moet je, vind ik, wel een beetje twee kanten kunnen laten zien. En Brouwer was daar de geschikte man voor. Een man die in zijn jeugd al zo verliteratuurd was dat hij Raskolnikov imiteerde op zoek naar zijn geweten, of zijn ziel, door iemand met voorbedachten rade te vermoorden, daarnaast buitengewoon intelligent, een beetje een rare kwibus die binnen die burgeroorlog natuurlijk het juiste heeft gedaan: na een bezoek aan de kant van de opstandelingen besluiten dat hij daar niet goed zat, en overstappen. Dat is hem door beide kanten niet in dank afgenomen, ook in Nederland niet. Toen ik hem op het spoor kwam, en jouw biografie te pakken kreeg, wist ik gelijk dat deze man een ontwikkeling doormaakte die een roman waardig was. Heb je daar zelf nooit over gefantaseerd?

HH: Ha, nu even geen vraag maar een kort antwoord:  ik heb soms wel gefantaseerd over een roman over Brouwer, maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben eigenlijk pas tegen de pensioengerechtigde leeftijd een wat ‘minder strenge’ historicus geworden. Ik wilde me altijd bij “de feiten” houden… je kunt ook zeggen dat ik geen fantasie aandurfde. Maar wie weet: misschien is literatuur wel mooier dan geschiedschrijving, en kom ik daar nog eens aan toe… maar ga door met je antwoord over je gebruik van Brouwer als personage in je roman…

PB: OK, en dan heb ik Brouwers hele ongelooflijke verhaal na de burgeroorlog natuurlijk niet eens kunnen gebruiken – alleen in een angstaanjagende voorspellende droom.

Ik had dus drie personages: de dichter Jef Last die naar Spanje ging om een geweer op te pakken, de katholieke intellectueel Brouwer die ‘çhristen-communist’ werd, en de havenarbeider Pit die kunstenaar werd. Met die drie draden heb ik een web gesponnen. Met een beetje hulp van John Fernhout, de cameraman van Joris Ivens, die ik in het boek de rol van kwade genius geef. Waar Pit de onschuldige fotograaf is, heb ik Ferno een duivels trekje gegeven, inferno. Die man heeft alles gezien en kent iedereen. Heerlijk om die over het schaakbord van je roman te laten springen.

Probleem is, binnen een roman, dat twee personages een te veel op elkaar lijkende stem en redeneertrant hebben: Last en Brouwer waren volgens mijn redacteur maar moeilijk van elkaar te onderscheiden. Vandaar dat Last pas in het tweede deel opduikt. Ik zit ook met spanning op de biografie van Rudi Wester te wachten, in oktober komt die, om te kijken wat er allemaal klopt en wat ik gemist heb. Zo hoorde ik toen mijn boek al af was, dat Last eens met Hemingway op de vuist is gegaan. Als ik dat toch eerder had geweten, dat lijkt me heerlijk om te schrijven… Hemingway komt er in mijn roman ook niet al te best vanaf, die poseur liet zich schietend fotograferen, maar haalde al het materiaal voor zijn verhalen in de kroeg.

HH: Tot slot: (eigenlijk een soort eerste vraag op een literatuur-examen): waarom heeft het boek als titel: De Vlinder in de Inktpot? Ik moet bekennen dat ik het antwoord op deze vraag niet meteen vond… kun jij me uit de droom helpen? Heeft het iets te maken met die onbegrijpelijke op de lachspieren werkende vertalingen van de tolk van generaal Walter, die aan hoofdpersoon Pit zijn opdrachten geeft?

PB: Het is een citaat uit een gedicht van Federico García Lorca. Lorca was een van de eerste martelaars van de burgeroorlog; de jonge, homoseksuele en succesvolle dichter/toneelschrijver die in augustus 1936 in Granada vermoord werd. Het komt uit het gedicht ‘Vuelta de paseo’ (opgenomen in Poeta en Nueva York, geschreven in 1930 maar pas postuum gepubliceerd in 1940), een gedicht dat een onheilspellende voorspellende inhoud lijkt te hebben. Een ‘paseo’, een wandelingetje, werd in de Spaanse Burgoorlog een eufemisme voor een executie door de opstandelingen (een wandelingetje buiten het dorp waar je niet levend van terugkeerde); als je het gedicht hineininterpretiert, beschrijft Lorca zijn dood jaren op voorhand al. In de vertaling van Bart Vonck:

 

NA DE WANDELING

Terechtgesteld door de hemel.

Tussen de vormen die neigen naar de slang

En de vormen op zoek naar het kristal

Zal ik mijn haar laten groeien.

 

Met de stompboom die niet zingt

En het kind met het witte gezicht.

 

Met de diertjes met de geplette kop

En het haveloze water van de droge voeten.

 

Met alles wat doofstom doodop is

En de vlinder verdronken in de inktpot.

 

Struikelend over mijn elke dag verschillend gezicht.

Terechtgesteld door de hemel!

 

Federico García Lorca, vert. Bart Vonck 

Het beeld van die vlinder trof me: de vergankelijkheid van de schoonheid, de zwarte vlekken van de dood, klodders inkt op de muur als dat beest ontsnapt en wil opvliegen, reminiscenties aan schilderkunst en journalistiek (kleurenverf tegenover drukinkt), afijn, associaties te over. 

Overigens, de tolk van Walter verwijst enerzijds naar de toren van Babel die het moet zijn geweest in Spanje: al die talen die er door elkaar gesproken werden, dan moeten er ook tolken tussen zitten die hun vak absoluut niet verstaan. De gesprekspartner zal in eerste instantie denken dat het onbegrip aan hem zelf ligt. Anderzijds was Walter een notoire zuipschuit, die in de Tweede Wereldoorlog zijn soldaten flinke schade heeft berokkend door altijd bezopen te zijn. Misschien vertaalt de tolk wel prima het gelal van de generaal?

HH: García Lorca! Wat een mooi besluit van ons e-mail-interview over je boek! Een van mijn favoriete dichters… wat een prachtig Spaans schreef hij, betoverende zinnen! Mag ik zeggen dat ik het jammer vind dat je dit gedicht niet hebt laten afdrukken, voorin je boek, met zo’n betoverende titel? Ik hoop dat onze briefwisseling veel lezers nieuwsgierig zal maken, en dat je boek verslonden wordt!

PB: Toen ik begon met mijn research dacht ik heel naïef dat ik er met het lezen van twee standaardwerken en wat romans wel ongeveer zou zijn. Dat was een misrekening. Er is zo veel geschreven over deze Spaanse Burgeroorlog, en daar zitten zulke prachtige teksten tussen. Ik hoop dat lezers na het verslinden van mijn roman verder gaan zoeken en zo uitkomen bij García Lorca, of Jef Last, of George Orwell. Dan is de cirkel rond.

HH: Of bij Johan Brouwer natuurlijk! Dank je wel voor deze ontboezemingen over je boek, maar bovenal natuurlijk: dank je wel voor je boek! 

Link naar de presentatie van de roman (m.m.v. Koen van Gulik, Matthijs de Ridder, Kolbak, Atte Jongstra en Patrick Bassant: https://www.youtube.com/watch?v=7kvoM_qlntE

Meer informatie over de historische personages in de roman: https://www.patrickbassant.nl/lijst-van-historische-personages

De levensbeschrijvingen van Spanjestrijders Gerrit Giere, Carel Blazer, Hans Sibbelee, Leo Klatser, Arie van Poelgeest, Frans Oord, Jef Last en Johan Brouwer zijn te vinden op https://spanjestrijders.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

'Vertel jullie kinderen over ons en onze strijd en het leven dat wij wensen. Mogen onze grootste verlangens door het leven zelf overtroffen worden. Werk en heb lief, vecht en win.
Leef. Leef allen en wordt groot.'

Afscheidsbrief van Spanjestrijder Krijn Breur (d.d. 5 februari 1943)

St. Spanje 1936 – 1939

Voor een donatie kunt u gebruik maken van ons rekeningnummer:
NL 96 INGB 0006696045
t.n.v. Stichting Spanje 1936-1939
De stichting is aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Hierdoor zijn giften aan ons aftrekbaar voor de belasting.

Deze website is verkozen tot digitaal erfgoed door:

Vul email adres in om deze blog te volgen. U ontvangt een email bericht als een nieuw artikel wordt geplaatst.

Google Translate

Herdenking gedichtenboek

Agenda

Geen komende evenementen

%d bloggers liken dit: