85 jaar geleden werden de Internationale Brigades opgericht

Een reactie plaatsen

5 november 2021 door spanje3639

door Werner Abel, Duits historicus van de Spaanse Burgeroorlog en co-auteur van “Sie werden nicht durchkommen”,

Deutsche an der Seite der Spanischen Republik und der sozialen Revolution

Op 7 november 1936 leek het er sterk op dat de coupplegers onder leiding van generaal Francisco Franco erin zouden slagen de hoofdstad  Madrid in te nemen, die door de Republikeinen hardnekkig verdedigd werd. Delen van het Afrika-leger, door de Duitse luchtmacht naar Spanje overgebracht, waren ondersteund door Italiaanse fascisten en Marokkaanse huurlingen tot aan de stadsgrenzen opgerukt, de tanks  stonden aan de rand van de Madrileense buitenwijk Carabanchel en enkele kleinere Marokkaanse eenheden waren erin geslaagd om binnen te dringen, waar ze echter konden worden tegengehouden door de primitief bewapende bevolking en door milities die druk bezig waren loopgraven te graven. Dolores Ibárruri, de legendarische Pasionaria, schreef later dat het een strijd op leven en dood was. De luidsprekers van het 5e regiment, voortgekomen uit de Milicia Popular van de Spaanse Communistische Partij bereidden de bevolking van de stad, die bijna permanent werd gebombardeerd door de fascistische luchtmacht, er op voor dat de  vijand ieder moment de stad binnen kon vallen. De situatie was uiterst gespannen en de Madrilenen probeerden uit de verschillende  geluiden op te maken hoe de situatie zich zou ontwikkelen. Op de ochtend van 8 november was het rustig. Maar toen, zo schrijft La Pasionaria, hoorden de Madrilenen een vreemd geluid: “In die stilte vol bedreigingen, gevaren, gruwelijke verrassingen dringt een ritmisch, angstaanjagend geluid door, een gestage mars . Het zwelt aan, het komt dichterbij… Je hoort al duidelijk het doffe gedreun van spijkerlaarzen op de stoep. Een ogenblik lang heerst er verstarring, besluiteloosheid. Wie zijn deze mannen die op 8 november door de straten van ons Madrid marcheren, stil, rechtop, serieus, het geweer op hun schouders, de grond onder hun voeten trillend. Het is een moment van vertwijfeling, er wordt geroepen dat ze de stad binnen zijn gedrongen. De mensen grijpen naar hun wapens maar dan klinkt er een bevel en wordt er een lied ingezet. Er wordt gezongen in allerlei vreemde talen maar de Madrilenen kennen de melodie. Het is de “Internationale”, gezongen in het Frans, Italiaans, Duits, Pools, Hongaars en Roemeens. De Madrilenen waren blij dat de “rusos” waren gekomen, dat de Sovjet-Unie nu ook grondtroepen had gestuurd. Die foute gedachte lag voor de hand want de Sovjet-Unie had inmiddels verklaard zich niet langer te houden aan het in augustus 1936 in Londen gesloten non-interventieverdrag, gezien de massale interventie van de Duitse en Italiaanse fascisten ten gunste van Franco en zijn aanhang. In oktober was de USSR begonnen met het leveren van vliegtuigen, tanks en artillerie die de Republiek zo dringend nodig had. Maar de mannen die marcheerden op de beroemde Gran Vía van Madrid waren geen onderdeel van het  Russische Rode Leger, het waren de strijders van de 11e Internationale Brigade met zijn bataljons “Edgar André”, “Generaal Dombrowski” en „Commune de Paris“. De commandant van de 11e Brigade was de Rode Legerofficier Manfred Stern, geboren in Cernowitz in Bukowina in 1896. Hij had gevochten in het Verre Oosten, in Duitsland en China en kwam naar Spanje met een Canadees paspoort op naam van “Emilio Kléber ” . Hij was inmiddels  tot generaal benoemd, en deed een beroep op het volk: “Mannen en vrouwen van Madrid. We zijn gekomen om u te helpen, om uw hoofdstad te verdedigen met dezelfde toewijding alsof het de hoofdstad van ieder van ons was. Uw eer is onze eer, uw strijd is onze strijd.”

Hans Kahle, de commandant van het bataljon Edgar-André, en Jules Dumont, die het bevel voerde over het bataljon “Commune de Paris”, hadden in de Eerste Wereldoorlog als vijanden tegenover elkaar gestaan. Nu vochten ze samen voor de bedreigde Spaanse Republiek.

De troepen van Franco waren erin geslaagd de Rio Manzanares over te steken en de universiteitswijk van Madrid werd direct bedreigd. Twee bataljons van de 11e Brigade moesten daarom het universiteitsgebied beveiligen, het derde bataljon viel aan bij de strategisch belangrijke Puente de los Franceses. Kléber richtte zijn commandopost op in de Filosofische Faculteit. Er brak een bittere strijd uit waarin van deur tot deur en van verdieping tot verdieping werd gevochten. De 11e Brigade en de Spaanse eenheden kregen versterking van de goed bewapende anarchistische Columna Durutti die vanuit Catalonië oprukte. Uiteindelijk was het mogelijk om de aanval van Franco’s troepen af ​​te weren en de hoofdstad van de Republiek veilig te stellen. Maar de tol was enorm, de 11e Brigade had bijna een derde van haar strijders verloren. Ze hadden dan ook maar drie weken de tijd gehad voor opleiding en training. En er waren maar een paar maanden verstreken tussen de couppoging van de reactionaire generaals en het decreet over de vorming van de Internationale Brigades op 22 oktober 1936. Een groot verlies was de dood van Hans Beimler, de vertegenwoordiger van de KPD in Spanje, en van Franz Vehlow (“Louis Schuster”), de commissaris van het Ernst Thälmann-bataljon.

De Communistische Partij van Duitsland (KPD) was een van de eerste communistische partijen die begreep welke gevolgen de gebeurtenissen in Spanje zouden hebben voor de strijd tegen het fascisme en voor de vrede. Al op 8 augustus 1936, nog geen drie weken na de staatsgreep, stelde het Politbureau van de KPD een oproep op waarin het onder meer zei: “Wij roepen alle Duitse antifascisten met militaire opleiding in het buitenland op om zich bij het Spaanse Volksfront aan te sluiten“. De oproep werd gepubliceerd op 14 augustus 1936.

Kort daarop vormde de KPD in Parijs een “Operative Leitung“, een soort technische commissie voor materiële, propagandistische en persoonlijke hulp aan het Republikeinse Spanje met mensen als Walter Ulbricht, Siegfried Rädel, Hans Beimler Franz Vehlow (“Louis Schuster”), Hubert von Ranke (“Moritz”). In Spanje hadden zich inmiddels al heel wat buitenlandse antifascisten bij de verschillende milicia’s aangesloten,waaronder Duitse emigranten, sportmensen betrokken bij de Arbeidersolympiade, die voor 19 juli 1936 gepland was maar  geannuleerd werd vanwege de staatsgreep, en mensen die op eigen houtje naar Spanje waren gereisd. In de tweede helft van augustus werden Hans Beimler en Hubert von Ranke door de KPD naar Spanje gestuurd, Beimler was de officiele vertegenwoordiger van de KPD. In deze functie organiseerde hij de Centuria “Thaelmann”, die bestond uit ongeveer 150 voornamelijk Duitse en Oostenrijkse communisten en socialisten. Ook de Centuria “Thaelmann” leed zware verliezen. Toen Georg Hornung, de laatste commandant van de Centuria, met de overlevenden naar Albacete kwam, maakte hij hun duidelijk dat ze onderdeel zouden gaan vormen van een strakker georganiseerd leger. De Franse Communistische Partij had al een oproep gedaan om internationale eenheden te gaan vormen. 

In Albacete zelf was een vreemde situatie ontstaan. Het stadje in de provicie Castilië-La Mancha was bevrijd door het 5de regiment en er had zich een grote hoeveelheid vrijwilligers verzameld. Maar de Spaanse regering onder premier Francisco Largo Caballero had de oprichting van internationale vrijwilligersorganisaties nog niet goedgekeurd. Het argument was dat het Republikeinse Spanje geweren en munitie nodig had, geen mensen. Net als de anarchisten vreesde  ook Caballero dat de Internationalen het aandeel van de Spaanse Communistische Partij (PCE) in de binnenlandse politiek zou vergroten. Hij, de linkse socialist en oude, ervaren vakbondsfunctionaris, voelde weinig voor een nauwe coalitie met de burgerlijke partijen. Maar dat was wel het doel van de  Volksfrontpolitiek, die door de PCE net als door alle andere communistische partijen werd aangehangen na het besluit daar toe op het VII Wereldcongres van de Communistische Internationale in 1935 .

Op advies van José Díaz, secretaris-generaal van de PCE, gingen drie Komintern-afgevaardigden, de Italiaan Luigi Longo (“Gallo”), de Pool Stefan Wisniewski en de Fransman Pierre Rebière, gesprekken aan met de Spaanse autoriteiten. Eerst krijgen ze een afspraak met Manuel Azaña, de president van de Republiek. Hij, een hoogopgeleide intellectueel, ontving de functionarissen hartelijk, deelde mede dat hij oorlog en fascisme haatte en verzekerde hen van zijn sympathie. Maar in militaire en politieke aangelegenheden kon of wilde hij echter niets beslissen. Largo Caballero deed hetzelfde, zei nauwelijks iets maar zijn hoofdknik kon worden opgevat als goedkeuring. En hij adviseerde Longo, Rebière en Wisniewski om contact op te nemen met Diego Martínez Barro, de parlementsvoorzitter, die belast was met het organiseren van het nieuwe Volksleger. Martínez Barrio verbleef in Albacete en wees de stad nu officieel aan als administratief hoofdkwartier van  de Internationale Brigades.

Longo schreef later dat er steeds meer vrijwilligers kwamen, dat er wel gebouwen waren om ze onderdak te geven maar die moesten eerst worden schoongemaakt. Bovendien waren er niet genoeg, zodat ook het stadion gebruikt moest worden. En verder ontbrak zo’n beetje alles, van papier tot schrijfmachines.  Met hulp van de PCE en het 5e Regiment moest alles moeizaam worden bemachtigd. De inmiddels enkele duizenden vrijwilligers wilden corresponderen met hun familieleden en kameraden, dus moest er een postdienst worden ingericht. Maar zo’n dienst heeft in oorlogstijd ook censuur nodig. Er moest van alles en nog wat geregeld worden, waaronder een medische dienst, een pers- en transportafdeling. Het probleem was dat er aanvankelijk maar heel weinig vrijwilligers beschikbaar waren voor administratief werk, de meerderheid was naar Spanje gekomen om te vechten en niet om achter een tikmachine te zitten.

En toch is het wonder boven wonder gelukt, binnen een paar weken was de “Base orgánica de las Brigadas Internacionales”, zoals het officieel heette, operationeel. Luigi Longo, later benoemd tot Algemeen Commissaris/Inspecteur Generaal van de Internationale Brigades, schreef na de oorlog dat uit het niets een enorme militaire organisatie was opgebouwd. De Komintern had haar beste kaderleden gestuurd en een beroep gedaan op de verschillende nationale partijen om de best gekwalificeerde kameraden voor Spanje te rekruteren. De politieke verantwoordelijkheid werd overgedragen aan de secretaris van het Uitvoerend Comité van de Komintern (EKKI) André Marty. Rond Marty doen heel wat verhalen en bijnamen de ronde, variërend van de “opperbevelhebber” van de Interbrigades tot de “slager van Albacete”. Daar klopt niet veel van, hij was ongetwijfeld een  cholerisch type, had weinig zelfbeheersing en liet zich nogal eens gaan. In militaire aangelegenheden was zijn beleid vaak destructief, maar er is geen bewijs dat hij mensen op zijn geweten heeft. Marty had ook in de gemeenteraad van Parijs gezeten en de term “slager” had hij aan de fascisten in die raad te danken.  Het is eigenlijk triest dat Ernest Hemingway het negatieve beeld van Marty heeft vereeuwigd in zijn klassieker “For whom the bell tolls“. Het is waarschijnlijk dankzij André Marty en de Franse officieren dat het Frans aanvankelijk de voertaal van de Internationale Brigaden was.

Er zijn waarschijnlijk weinig voorbeelden in de geschiedenis dat in zo’n korte tijd niet alleen een machtig organisatorisch apparaat tot stand kwam maar dat er ook nog eens gevechtseenheden werden gevormd. Om een paar namen te noemen: naast Luigi Longo ook de Italiaan Giuseppe Di Vittorio (“Nicoletti”), dokter Jacob Kalmanovitch (“Calman”), de Fransman Vital Gayman (“Vidal”), die later de stafchef van de basis zou worden, Manfred Stern (“Emilio Kléber”) en Hans Kahle (“Jorge Hans”). De Sloveen Dragotin Gustincic bouwde de postcentrale (Servicio Central de Correo) en militaire censuur op. Hij bleef het bevel voeren over deze diensten tot de terugtrekking van de Internationale Brigades in 1938.

Ook nu nog krijg je bewondering voor de opbouw van de medische dient. Dat werd gedaan door de arts Kalmanovitch met hulp van artsen uit Bulgarije, Polen, Duitsland, Groot-Brittannië en de VS. De Servicio Sanitario Internacional (SSI) met zijn politieke arm, de Ayuda Médica Extranjera (AME), had ziekenhuizen en revalidatiecentra in Murcia, Benicásim, Benisa, Denia, Vich enz.

De situatie aan het front en vooral de bedreiging van de hoofdstad Madrid was zo ernstig dat onmiddellijk mdet de opbouew van de brigaden moest worden gestart. 

De 11e Brigade werd gevormd als de eerste internationale brigade.  Oorspronkelijk met vier bataljons, daarna was er een uitwisseling met de 12e Brigade. De brigades kregen nummers die aansloten op de nummers van het Spaanse Volksleger. Na de 11e Brigade werd de 12e Brigade opgericht en werd het commando overgenomen door de Hongaarse schrijver Máté Zalka (eigenlijk Béla Frankl), in Spanje bekend onder de naam generaal Pavol Lukács. De 13e Brigade volgde eind november, georganiseerd door Wilhelm Zaisser (generaal José Gómez), die ook de commandant werd. De 14e Brigade stond onder bevel van Karol Swierziewski (“Generaal Walter”) en de 15e Brigade onder Janosz Galicz (“Generaal Gal”). In maart 1937 volgde de 86ste Brigada Mixta, waarvan de kern bestond uit het 20ste Internationale Bataljon. De commandanten zijn de Italiaan Aldo Morandi en de Duitser Ernst Dudel. Als laatste internationale brigade werd in de herfst van 1937 de 139ste brigade opgericht, waarvan de commandant de Pool Wacek Komar was.

Vanaf het begin werden Spaanse rekruten en vrijwilligers toegelaten tot de Internationale Brigades. In een toespraak zei Vital Gayman dat de oorlogsveteranen onder de Internationalen de Spanjaarden – die immers niet aan de Eerste Wereldoorlog hadden deelgenomen – vertrouwd moesten maken met de vereisten van een moderne oorlog. Toen vanaf 1937 steeds minder vrijwilligers naar Spanje kwamen, wird het aandeel van de Spanjaarden  in de Internationale Brigades steeds groter.  In 1938 was dat tussen de 70 en 80%. Volgens een rapport van Wilhelm Zaisser, toen commandant van de basis Albacete, van 11 maart 1938 aan het Ministerie van Oorlog deed, beschikte de administratie van de basis over papieren van 31.369 vrijwilligers uit meer dan vijftig landen, waarvan 5062 sindsdien waren teruggekeerd naar hun land van herkomst, 4575 waren overleden en 5740 waren als vermist opgegeven. In de literatuur kun je vaak lezen dat er meer dan 5000 Duitse spanjestrijders in Spanje waren. Dit aantal berust op een misverstand, een rapport van de PCE aan de EKKI in Moskou vermeldt slechts zo’n 2900 Duitsers. Het misverstand is waarschijnlijk gebaseerd op het feit dat in 1937 een “Duitse taalgroep” werd opgericht, waartoe behalve de Duitsers ook de Oostenrijkers, Nederlanders, Scandinaviërs en Zwitsers behoorden. Deze taalgroep telde toen ongeveer 5.000 leden.

Manfred Stern had er al tijdig op gewezen en deze waarschuwing werd later herhaald door Franz Dahlem, de opvolger van Hans Beimler als vertegenwoordiger van de KPD, dat de communistische beweging het zich niet langer kon veroorloven de beste kaders in Spanje te verliezen. Al eind 1936 stelde Stern voor om de Internationale Brigades volledig te integreren in het Spaanse Volksleger. Stern had weliswaar roem verworven als „ de redder van Madrid“ maar hij had ook kritiek op de Spaanse regering, vooral op het besluit van 8 november 1936 om de regering van Madrid naar Valencia te verplaatsen en het lot van Madrid in handen te leggen van een militaire junta onder leiding van generaal José Miaja. Stern werd van zijn functies ontheven en viel meer en meer in ongenade. Franz Dahlem uitte begin 1938 kritiek op de  Franse, Italiaanse en Poolse communisten die er niet in waren geslaagd de vele antifascistische emigranten die naar Frankrijk waren uitgeweken over te halen om naar in Spanje te gaan.

Op 23 september 1937 werden de Internationale Brigades onderdeel van het Spaanse Volksleger en de Interbrigadisten kregen het recht om het Spaanse staatsburgerschap aan te vragen. Korte tijd later vaardigde de minister van Defensie, Indalecio Prieto, een verordening uit die elke politieke activiteit binnen het leger verbood. Volgens het statuut van de Komintern mocht ieder land maar één communistische partij hebben. In de Internationale Brigades zaten vertegenwoordigers van wel vijftig communistische partijen en dat bleek al snel een storende factor te zijn. De communistische partij van Spanje was eind 1937 enorm gegroeid ( 283.000 leden) en besloot daaropdat alle Interbrigadisten lid moesten worden van de Spaanse CP.  Begin 1938 werd dit verplicht en 90% van de Duitse interbrigadisten werd lid van de PCE.

De Internationale Brigades namen deel aan alle veldslagen van de Spaanse oorlog, hun antifascistische overtuigingen vormden een sterk verbindende factor en ze waren elite-eenheden geworden. Toch ging het, gezien de omvang van de internationale arbeidersbeweging maar om een klein aantal mensen. “De weg naar Berlijn loopt over Madrid”, zou Hans Beimler hebben gezegd. Voor al de mensen die uit fascistische en autoritair geregeerde landen waren gekomen, die nederlaag op nederlaag hadden geleden en de ellende van de emigratie hadden meegemaakt was het een sterk motief om nu met de wapens in de hand tegen de fascisten te vechten.  Peter Weiss schreef in zijn „Ästhetik des Widerstands“: 

Omdat de  honderdduizenden niet alles doen om het fascisme te breken, moeten de duizenden die de consequenties trokken uit hun politieke inzichten keer op keer weer genoemd worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

'Vertel jullie kinderen over ons en onze strijd en het leven dat wij wensen. Mogen onze grootste verlangens door het leven zelf overtroffen worden. Werk en heb lief, vecht en win.
Leef. Leef allen en wordt groot.'

Afscheidsbrief van Spanjestrijder Krijn Breur (d.d. 5 februari 1943)

St. Spanje 1936 – 1939

Voor een donatie kunt u gebruik maken van ons rekeningnummer:
NL 96 INGB 0006696045
t.n.v. Stichting Spanje 1936-1939
De stichting is aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Hierdoor zijn giften aan ons aftrekbaar voor de belasting.

Deze website is verkozen tot digitaal erfgoed door:

Vul email adres in om deze blog te volgen. U ontvangt een email bericht als een nieuw artikel wordt geplaatst.

Google Translate

Herdenking gedichtenboek

Agenda

Geen komende evenementen

%d bloggers liken dit: