DE SCHADUWZIJDEN VAN DE SPAANSE ZON

2

15 oktober 2021 door spanje3639

Jan van der Ven, journalist, bracht jarenlang zijn vakanties door in het kleine Noord-Spaanse dorpje Colera. Het was voor hem in de eerste plaats gewoon een heerlijke plek in de Spaanse zon … tot hij zich in de geschiedenis van het plaatsje begon te verdiepen….

De Spaanse Burgeroorlog was jarenlang dichtbij, maar zonder dat ik het echt wist. Tientallen jaren lag ik in de prille lente onder de Spaanse zon, op het kiezelstrand van een klein dorp pal over de Frans-Spaanse grens.  Ik trok er de bergen in, zat in de kroeg en iedere donderdag nam ik er de trein naar het stadje Figueres.  De trein denderde dan over het spoorwegviaduct dat het dal van het dorp in tweeën sneed. De geschiedenis van de oorlog ging schuil achter de vriendelijke façade van het vissersdorp.

Ja, natuurlijk was er die vreselijke Burgeroorlog, die woedde in 1936-1939. Maar ook een oorlog die al snel vergeten werd door de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog. De dood van dictator Franco in 1975 vormde vervolgens het begin van een nieuwe episode, eentje zonder repressie en zonder executies van linkse landgenoten.

Een kleine 45 jaar na Franco’s dood leek de Burgeroorlog voorgoed voorbij en vergeten. Totdat die ene muisklik op een winterse avond alles veranderde. Ik kwam die avond terecht in de digitale archieven  van Nederlandse kranten,  Delpher. Tot mijn grote verbazing vond ik al na enkele minuten in landelijke en regionale kranten verslagen over luchtaanvallen op de spoorbrug die ik zo goed kende uit mijn jeugd. Ooit gebouwd door Eiffel en tijdens de Spaanse Burgeroorlog levensader voor de Republikeinen. 

Er reden wagons vol wapens over de brug maar ook de duizenden leden van de Internationale Brigades trokken er over. Ze moesten, komend vanuit Frankrijk, allemaal overstappen in het grote station van de grensplaats Portbou omdat de twee landen een  verschillende spoorbreedte hebben. En het eerste Spaanse dorp waar ze vervolgens vanuit de trein kennis mee maakten, was mijn dorp, Colera. 

Op sommige landkaarten komt het dorp niet eens voor.  Maar de Duitse en Italiaanse piloten die in opdracht van Hitler en Mussolini steun gaven aan Franco, wisten het gehucht maar al te goed te vinden. Ze misten echter allemaal doel, de brug overleefde wonderwel alle bombardementen. Wat niet gezegd kon worden over het grote internationale treinstation van het naburige Portbou, dat meerdere keren nagenoeg met de grond gelijk gemaakt werd.

De luchtaanvallen op Colera en Portbou trokken al snel internationale aandacht, ontdekte ik. In het archief van de New York Times vond ik een uitvoerig verslag van het bezoek van de Amerikaanse schrijver en journalist Lawrence Fernsworth in december 1936 aan Colera.  Hij speurde en zag resten van bommen van Duitse en Italiaanse makelij, waarmee al in het beginstadium van de Burgeroorlog de betrokkenheid van Hitler en Mussolini aan het licht kwam. 

Hoe vaak het stalen ontwerp van Eiffel, dat het dal van het dorp Colera overspande, werd gebombardeerd gedurende de Spaanse Burgeroorlog valt niet meer precies na te gaan. Bronnen die ik in verschillende archieven raadpleegde, spreken elkaar soms tegen. En één bombardement kon zomaar twee keer gemeld worden; de communicatie met het buitenland verliep in die tijd niet in seconden maar in dagen. 

Zoals in iedere oorlog speelde ook de censuur een belangrijke rol in de informatievoorziening. Dat gold tijdens de Burgeroorlog vanzelfsprekend voor beide partijen. Zo kon het gebeuren dan een bombardement op de treinbrug van Colera in enkele berichten een catastrofale afloop kende. In weer andere verslagen kwam de brug er ongeschonden uit, misschien met soms een schampschot of een haperend sein. 

De Leidsche Courant van 19 februari 1937 bijvoorbeeld meldde zonder enige terughoudendheid dat het viaduct van Colera als gevolg van een bombardement vernietigd was. Om er aan toe te voegen: “Het doorgaande verkeer is onmogelijk gemaakt en de reizigers moeten hier overstappen”. 

Feit is dat de brug, een van de levensaders voor de wettelijke Republikeinse regering, ongeschonden de oorlog overleefde. Maar dat gold niet voor het dorp zelf. Tijdens mijn eerste bezoeken waren nog steeds enkele littekens zichtbaar. In elkaar gezakte huizen, waarvan alleen wat muren overeind stonden, herinnerden aan luchtaanvallen. Zoet ruikende vijgen groeiden tussen de puinhopen, hier en daar lagen rottende balken waar ooit een dak gerust op moest hebben. 

Geruime tijd na afloop van de Burgeroorlog verscheen er een studie van de Universiteit van Barcelona. Daarin werd gesteld dat Colera tijdens de oorlog tien keer gebombardeerd was, vanuit de lucht en een enkele keer ook vanuit zee, vanaf een kruiser. De aanvallen op het dorp leidden niet alleen tot grote schade aan de woningen rond het viaduct, de vernielingen raakten ook de kleine gemeenschap. De gevolgen konden niet uitblijven.

In een Frans archief vond ik op een avond een foto van een groep kinderen op het station van de naburige grensplaats Portbou. Het onderschrift bracht me in verwarring, er stond namelijk in het bijschrift dat de gevluchte Spaanse kinderen onderweg waren om per schip naar Casablanca te worden overgebracht, ver weg van de oorlog. Maar Casablanca was toch een van de uitvalsbases van Franco’s  troepen toen hij vanuit Spaans Marokko de opstand leidde tegen de republikeinse regering? Hier moest dus sprake zijn van een misverstand.

De kinderen die tegen elkaar gedrukt stonden op het station van de grensplaats waren onderdeel van een grote stroom vluchtende jongeren die vanuit Portbou de trein namen naar Frankrijk. Ook het gehavende Colera met zijn bomaanvallen en overvliegende bommenwerpers, was uiteindelijk te gevaarlijk geworden voor de kinderen. In totaal vertrokken in 1937, zo blijkt uit documenten, 22 meisjes en 17 jongens vanuit de kleine vissersplaats aan de voet van de Pyreneeën naar het veilige Frankrijk. Een van hen was de 11-jarige Maria Duran. Nog op hoge leeftijd vertelde zij voor lokale Catalaanse kranten en radiozenders over haar verblijf in het zuiden van Frankrijk en over de luchtvallen op het dorp.

Ruwe schattingen laten zien dat tijdens de Burgeroorlog meer dan 30.000 kinderen de Spaanse grens overstaken Hiervan keerden er na afloop van de oorlog 12.000 naar hun ouders terug. De rest bleef achter bij pleegouders, waarschijnlijk omdat hun ouders tijdens de oorlog om het leven waren gekomen of erna in een Spaans concentratiekamp waren verdwenen. De vlucht van de kinderen kreeg soms ook een politieke lading. Zo ontsnapten 3000 Spaanse kinderen met hulp van communistische organisaties naar Rusland. Slechts een handvol van de naar Rusland gevluchte kinderen slaagde er, eenmaal op leeftijd, in terug te keren naar het moederland. 

De val van Barecelona op 26 januari 1939 vormde het begin van een razendsnelle opmars van de troepen van generaal Franco naar het noorden. Op meedogenloze wijze werden de vluchtende soldaten van het Republikeinse leger vermoord. Laagvliegende toestellen van het gevreesde Duitse Condorlegioen bestookten de vluchtende massa. Niet alleen soldaten vonden de dood maar ook onschuldige burgers die maar één doel hadden: niet in handen vallen van de wraakzuchtige fascisten van generaal Franco.

Op 11 februari meldde het Friesch Dagblad dat volgens niet bevestigde berichten de troepen van Franco op de toppen van de bergen van Colera waren gesignaleerd. Dat gebeurde na ‘een stoutmoedige manoeuvre’ in de buurt van het nabijgelegen Figueres. 

Pas later zou blijken wat zich er had afgespeeld. Het Condorlegioen had het stadje aan de voet van de Pyreneeën tussen 20 januari en 7 februari met hulp van Italiaanse toestellen liefst 18 keer bestookt. Er vielen meer dan 280 doden en een derde van de stad lag in puin en vooral het stationskwartier had het moeten ontgelden. Vlakbij de weekmarkt dus waar ik vele jaren later tijdens mijn vakanties iedere donderdag met de trein vanuit Colera naar toe boemelde. 

De vliegtuigen hadden het louter op burgers gemunt, er waren geen specifieke militaire doelen in de stad aanwezig. De enige reden voor de aanvallen vormde de aanwezigheid van de tienduizenden Spaanse vluchtelingen in het stadje, allemaal op weg naar de Franse grens. Het hoge aantal slachtoffers en de nietsontziende aanpak van het Condorlegioen, deed denken aan de even massale aanval op onschuldige burgers van hetzelfde legioen in april 1937 op het Baskische stadje Guernica, . De in Frankrijk levende Spaanse schilder Picasso schiep naar aanleiding van deze op burgers gerichte vernietiging zijn wereldberoemde meesterwerk Guernica. Zijn landgenoot Salvador Dali, nota bene geboren in Figueres, feliciteerde Franco in 1939 met diens overwinning.

In de Spaanse archieven ontdekte ik dat dezelfde vliegtuigen van het Condorlegioen begin februari 1939 ook vernietigend hadden toegeslagen in de vlakte tussen Figueres en de bergen van Colera. Er stonden daar naar schatting 35 vliegtuigen van de Republikeinen opgesteld, startklaar om te vertrekken naar het veilige Frankrijk. De Duitse en Italiaanse toestellen vernietigden op één ochtend nagenoeg alle Republikeinse toestellen. Tijdens de gehele Burgeroorlog verloor de Republikeinse luchtmacht niet zoveel vliegtuigen op één dag. Hetzelfde Condorlegioen gebruikte vervolgens tijdens de Tweede Wereldoorlog de in Spanje opgedane ervaring aan diverse oorlogsfronten, zoals de Slag om Engeland. 

OP DE VLUCHT

De angst voor de dood dreef in Catalonië wanhopige vluchtelingen steeds verder naar het noorden. Vanuit Figueres konden zij kiezen uit twee vluchtroutes: rechtstreeks naar de grens bij La Jonquera of via de bergen naar Colera en daar bij Portbou de grens oversteken. Weer anderen stapten in bootjes, ook in Colera. Om van daaruit Frankrijk te bereiken.

De treinen die het station van Colera passeerden zaten overvol met vluchtelingen. Op één dag reden er drie treinen met elk naar schatting 1200 uitgeputte vluchtelingen. Niet veel later trok over de smalle hobbelige bergweg van Colera naar de Franse grens een reeks vrachtwagens met daarin 400 gewonde soldaten uit het ziekenhuis van Girona.

Naar schatting 500.000 Spaanse vluchtelingen staken in amper twee weken tijd in het noordoosten van Catalonië de grens over, waarvan 100.000 via de bergachtige slingerweg van Colera naar Portbou en vervolgens het Franse grensplaatsje Cerbère. Eerst waren het burgers maar toen de druk onhoudbaar werd, mochten ook Republikeinse soldaten de Franse grens passeren nadat ze hun wapens hadden ingeleverd.

De honderdduizenden ontheemden werden ondergebracht in haastig gebouwde kampen, vaak net over de grens. Voormalige soldaten werden gescheiden van de rest, de Franse regering zag in hen vooral een bedreiging voor de stabiliteit omdat het vaak mannen waren afkomstig communistische of anarchistische gevechtseenheden. De omstandigheden waaronder de vluchtelingen leefden waren verschrikkelijk. Door de winterse kou groeven mannen gaten in de grond, om zo een beetje beschut te zijn tegen de ijskoude wind uit de besneeuwde Pyreneeën.

De in Zuid-Frankrijk geïnterneerde Spanjaarden zaten uiteindelijk als ratten in de val. Een terugkeer naar Spanje was onmogelijk en dat gold vooral voor de ex-militairen die tegen Franco hadden gestreden. De val klapte genadeloos dicht toen Hitler in de zomer van 1940 Frankrijk binnenviel. Het zuidelijk deel van Frankrijk kwam onder het gezag van het met de Duitsers collaborerende Vichy-regime te staan. Veel Spanjaarden die hoopten op een veilige toekomst in het zuiden van Frankrijk werden als dwangarbeider ingezet bij de bouw van bijvoorbeeld het Franse deel van de anti-tankwall. 

Toen in 1942 de Duitsers de Vichy-regering opzij schoven, werd de situatie voor de Spaanse gevangenen nog benarder. Uiteindelijk zijn naar schatting 10.000 van de naar Frankrijk gevluchte Spanjaarden naar Duitse kampen getransporteerd. Het ging vooral om communisten en anarchisten. Het merendeel overleefde deze kampen niet. 

Een ervan, zo vond ik in Spaanse archieven, was de 51-jarige Ignasi Fabregat Calatayud uit het grensdorp Portbou. Hij had de pech dat hij als linkse soldaat deel uitmaakte van het wettelijke gekozen Republikeinse leger dat streed tegen de troepenmacht van Franco. Hij stak in 1939 als zovelen de Franse grens over en werd van daaruit later op transport gesteld naar een concentratiekamp van de Duitsers. Hij overleed op 25 juli in het concentratiekamp Mauthausen. “Slachtoffer van het nazisme”, stond in het document dat ik hierover vond.

DE WREEDHEDEN VAN FRANCO

De archieven boden me ook een papieren inzicht in de wreedheden van Franco. Toen de dictator in 1939 aan de macht kwam, beschikte hij over de namen  van twee miljoen Spanjaarden die hij zag als staatsgevaarlijk. Ik  kwam tijdens mijn zoektochten lijsten tegen met honderdduizend namen van Spanjaarden die na afloop van de Burgeroorlog waren geëxecuteerd. En nog steeds worden massagraven gevonden. Het ging om gewone burgers, zoals arbeiders en winkeliers. De meesten hadden slechts één fout begaan: ze waren lid geweest van een vakbond of linkse partij of hadden in het leger gezeten van de wettig gekozen Republikeinse regering.

 Tussen de 700.000 en één miljoen Spanjaarden werden na de oorlog in concentratiekampen opgesloten. Ze werkten als slaven mee aan de wederopbouw van het land. Bijna 500.000 Spanjaarden, mannen, vrouwen en kinderen, vluchtten begin 1939 de Franse grens over. Ze vertrokken in gammele vrachtwagens, onder meer over de weg van Colera naar Portbou en werden achterna gezeten door wraakzuchtige militairen van het leger van Franco. 

Ik las in een Spaans archief een artikel over de executie van de hoekige steenhouwer Emili Fructuoso Marín. Kogels maakten op 7 december 1939 een einde aan diens leven omdat hij verdacht werd van een drievoudige moord die drie jaar eerder in Colera was gepleegd.  Zijn aandeel in de moordpartij was twijfelachtig, maar de militaire rechtbank vond hem sowieso verdacht omdat hij lid was van de anarchistische vakbond CNT en als militie gestationeerd was in Colera. Daarom verdiende hij de kogel.

Zijn stoffelijk overschot werd op 7 december 1939 samen met dat van zeventien anderen in een diepe kuil in een verre hoek van de begraafplaats van Gerona gesmeten. De naam van Emili Fructuoso Marín is in 2010 gegraveerd  in een herdenkingsmuur met daarop de namen van 510 lotgenoten die tussen 1939 en 1945 op de begraafplaats van Gerona werden geëxecuteerd. 

De wreedheden van de Spaanse Burgeroorlog in Colera kwamen op een avond wel heel dichtbij. Ik vond na een eindeloos lange zoektocht in een archief van de universiteit van Columbia een kindertekening van een luchtaanval op het station van Colera, of Culera zoals het dorp indertijd heette. De achtjarige Poladi Subirana liet drie vliegtuigen boven het station een duikvlucht maken terwijl passagiers zich uit de voeten maakten.  Hetzelfde station dus waar ik in de warme voorjaarszon zo vaak had staan wachten op de trein die me vanuit Portbou naar de markt van Figueres zou brengen.

Inmiddels is deel 1 van het boek waaraan ik werk klaar. Het gaat vooral over Colera en de Spaanse Burgeroorlog. Deel 2, over de jaren onder Franco, laat nog enige tijd op zich wachten. Want de archieven waar ik zo zwaar op leunde, bieden nu geen soelaas meer. De censuur in de jaren van de repressie onder Franco was ongekend en de kranten uit die tijd beschrijven alleen de zonnige kanten van het Spaanse leven. 

Anderhalf jaar geleden was ik voor het laatst in Colera en sprak er onder meer met de hoogbejaarde Faustina die met haar ouders tijdens luchtaanvallen in de spoortunnels van het dorp sliep. Zodra de mogelijkheid zich aandient, reis ik weer naar Colera om met haar te spreken over de zwarte jaren onder Franco. Gewapend met pen en papier. 

EEN VERHAAL APART

Terwijl de leden van de Internationale Brigades via Portbou en even later Colera kennis maakten met Spanje vluchtte een kleine groep het land uit om vervolgens in Nederland neer te strijken. Het betrof een 75 aanhangers van Franco. De groep had kort na het uitbreken van de hevige gevechten om Madrid een veilig heenkomen gevonden in het Nederlands consulaat in de Spaanse hoofdstad. Nederlands grondgebied dus. 

Na moeizame onderhandelingen mocht de groep via Valencia per schip naar Marseille vertrekken. De trein bracht hen vervolgens naar Roosendaal waar ze hartelijk ontvangen door met name vertegenwoordigers van de katholieke gemeenschap. Het Spaanse gezelschap bestond uit artsen, advocaten, enkele hooggeplaatste militairen en leden van de Spaanse adel. 

Om de Nederlandse regering niet in verlegenheid te brengen ten opzichte van de strijdende partijen moesten de vluchtelingen beloven niet terug te keren naar Spanje om daar met de troepen van Franco te gaan strijden. Ze gaven daarop hun erewoord. Het liep echter anders.

Een groep van 25 Spanjaarden werd ondergebracht in het Kolpingshuis in Den Haag aan de toenmalige Z.O. Buitensingel, een rooms-katholiek vrijgezellenhuis. Al snel kregen enkele leden van de groep spijt van hun vlucht. Ze wilden deelnemen aan de strijd en in december 1937 vluchtten ze, nadat ze de huismeester zand in de ogen hadden gestrooid. Hun vlucht werd pas de volgende dag opgemerkt. De kranten schreven er lange artikelen over. 

De vlucht was goed voorbereid. Waarschijnlijk via de haven van Rotterdam bereikten de vijf uiteindelijk Spanje waar ze zich meldden bij de troepenmacht van Franco. Maar die had geen behoefte aan een conflict met Nederland, louter omdat vijf landgenoten van hem hun erewoord hadden gebroken. Franco zond de vijf daarom per schip terug. Op 24 maart 1938 meldde het katholieke dagblad De Tijd dat de vijf met het Portugese stoomschip Alminante in de haven van Vlissingen waren gearriveerd. Onder strenge politiebewaking werden ze de volgende dag naar Den Haag overgebracht. Op 20 mei van hetzelfde jaar was het weer raak: opnieuw wisten 4 Spanjaarden de huismeester van het Kolpingshuis te misleiden en sloegen op de vlucht naar Spanje. 

De Nederlandse regering greep in en de meeste leden van de groep Franco-aanhangers werden overgebracht naar Ameland. De mannen verbleven op het eiland in het toenmalige hotel De Boer in Nes en vermaakten zich met kaarten, biljarten en een flirt met de meisjes van het eiland. Ook werd er gevoetbald tegen een team van de lokale voetbalvereniging VV Geel Wit. Na afloop van de Burgeroorlog bekleedden de Franco-aanhangers doorgaans hoge functies in de fascistische gelederen.

2 thoughts on “DE SCHADUWZIJDEN VAN DE SPAANSE ZON

  1. Pim Zijp schreef:

    Wat een bijzonder mooi artikel. Is het eerste boek al te koop

    Like

  2. spanje3639 schreef:

    DANK VOOR JE REACTIE – NEE, HET EERSTE BOEK MOET NOG UITKOMEN, WE HOUDEN JE OP DE HOOGTE

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

'Vertel jullie kinderen over ons en onze strijd en het leven dat wij wensen. Mogen onze grootste verlangens door het leven zelf overtroffen worden. Werk en heb lief, vecht en win.
Leef. Leef allen en wordt groot.'

Afscheidsbrief van Spanjestrijder Krijn Breur (d.d. 5 februari 1943)

St. Spanje 1936 – 1939

Voor een donatie kunt u gebruik maken van ons rekeningnummer:
NL 96 INGB 0006696045
t.n.v. Stichting Spanje 1936-1939
De stichting is aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Hierdoor zijn giften aan ons aftrekbaar voor de belasting.

Deze website is verkozen tot digitaal erfgoed door:

Vul email adres in om deze blog te volgen. U ontvangt een email bericht als een nieuw artikel wordt geplaatst.

Google Translate

Herdenking gedichtenboek

Agenda

Geen komende evenementen

%d bloggers liken dit: