Acht jaar en op de vlucht

1

3 juni 2017 door spanje3639

Kinderen die oorlogsgebied ontvluchten, het is van alle tijden. Tachtig jaar geleden kwamen de eerste Spaanse ‘niños de la guerra’ in België aan. Ook de vader van Vincent Scheltiens Ortigosa.

Vincent Scheltiens Ortigosa
Wie? Historicus, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen.
Wat? Tijdens en na de Spaanse Burgeroorlog werden vijfduizend Spaanse kinderen in Belgische gastgezinnen opgevangen.
Tachtig jaar geleden arriveerde mijn vader in België. Hij was acht en vergezeld van zijn twee jaar oudere broer en drie jongere zussen. Ze werden elk apart opgenomen in een onthaalgezin: de drie meisjes in Luik, de twee jongens in Mechelen. Van België hadden ze nooit gehoord, ze verstonden geen woord Nederlands of Frans.
In het voorjaar van 1937 waren grote delen van het noorden van Spanje in handen van de franquistische opstandelingen gevallen. Die hadden in de zomer van 1936 een putsch gepleegd die op hevige weerstand stuitte en het land in een burgeroorlog stortte. De militairen die de democratisch verkozen republiek gewapenderhand wilden omverwerpen, hadden machtige bondgenoten: monarchisten, grootgrond- en kapitaalbezitters (in het Spanje van toen vaak dezelfden), de kerkelijke hiërarchie, de lokale fascistische variant die zich Falange noemde. Alsof dat nog niet genoeg was, staken ook het Italië van Mussolini en nazi-Duitsland een stevige hand toe.

Belgisch ballingschap

Tegen deze overmacht stonden aanvankelijk enkele loyaal gebleven politiekorpsen en regeringstroepen en vooral veel militanten van linkse partijen en vakbonden. Zoals mijn grootvader: een mijnwerker en socialistisch syndicalist die drie jaar aan het front zou vechten, een executie zou ontlopen en na een jarenlang verblijf in de gevangenissen van de Franco-dictatuur uiteindelijk de weg naar Belgisch ballingschap zou vinden. Hij belandde uiteindelijk in een Mechels ziekenhuis, waar hij overleed aan de kwalijke gevolgen van een in de gevangenis nooit verzorgde stoflong. Ik weet het nog, ik was vijf en had net apetrots mijn allereerste schoolrapport naar huis gebracht.

Mijn kinderen betreuren dat ze niet de echte naam van hun ‘abuelito’ dragen, we gaan door het leven met een soort van pseudoniem

Samen met mijn vader, mijn oom en tantes zouden zo’n 32.000 oorlogskinderen, niños de la guerra, uit Baskenland, Asturië, Cantabrië en Catalonië het land ontvluchten. Kinderen werden geëvacueerd omdat niemand veilig was. Dat bleek ook uit de bombardementen door het nazi-Duitse Condor-legioen op de burgerbevolking van de Baskische stadjes Durango in maart en Gernika (Guernica) in april 1937, nu ook tachtig jaar geleden.

Vijfduizend kinderen zouden in Belgische gastgezinnen opgevangen worden, verhoudingsgewijs een sterk staaltje van solidariteit. Mijn drie tantes kwamen elk bij Luikse socialisten terecht, lokale politici, onder wie een burgemeester. Mijn vader trof een kinderloos communistisch gezin, uitbaters van een volkscafé in Noord-Mechelen. Ze voedden hem op als hun eigen kind en wisten hem later, te midden van de Spaanse postfranquistische onzekerheid, te adopteren. Op slag had mijn vader een Belgische familienaam en de nationaliteit van het land waarin hij opgroeide. Het onthaalgezin had geweigerd, na Franco’s overwinning in april 1939, het kind in de armen van de dictatuur te sturen.

Later kwam uit dat de dictatuur vele van deze kinderen in weeshuizen had ondergebracht (hoewel de ouders nog leefden) om ze daar ‘een correcte nationalistische opvoeding’ te geven. Andere kinderen werden zelfs aan kinderloze franquistische gezinnen geschonken en kwamen pas decennia later te weten wie hun werkelijke ouders waren … of zijn het nooit te weten gekomen.

Jaren later huwde mijn inmiddels Belg geworden vader met een Spaanse vrouw die hij in België had leren kennen. Mijn moeder was toen nog niet zo lang in het land, samen met mijn grootmoeder die de traumatische belegering van Madrid had meegemaakt en wiens echtgenoot, mijn andere grootvader, door franquisten was meegevoerd, afgeschoten en ergens onder de grond gestopt. Mijn grootmoeder was toen hoogzwanger. Mijn mama heeft haar echte vader nooit gekend. Nog vandaag telt Spanje zo’n 130.000 gevallen van standrechtelijk geëxecuteerde mensen van wie de overblijfselen nooit teruggevonden werden. Niemand heeft voor deze massamoorden ooit verantwoording hoeven af te leggen. Mijn grootmoeder ging ook vergezeld van een nieuwe vriend, mijn bompa, een man die na vele omzwervingen en jarenlange opsluiting onder de Franco-dictatuur als rojo , rode, geen toekomst had in zijn eigen regio, dezelfde mijnwerkersstreek als waar mijn vader van afkomstig was.

Identieke familieverhalen

Als kind leerde ik in mijn familie dat je onderdrukking en uitbuiting moest bekampen en de vrijheid liefhebben. Ik sprak Nederlands en Spaans. Thuis was het een komen en gaan van mensen op de vlucht voor Franco of onderweg naar een clandestiene terugkeer. Ik herinner me dat ze altijd vrolijk en optimistisch waren. Onze Spaanse vrienden waren allen republikeinen met nagenoeg identieke familieverhalen. We vertoefden vaak in Spaanse republikeinse centra, de officiële werden gemeden. Vanaf het najaar van 1973 kwamen ook Chileense ballingen over de vloer. De ‘geroutineerde’, beter ‘ingeburgerde’ Spaanse republikeinen stonden hun Latijns-Amerikaanse lotgenoten bij met raad en daad.

Ik kreeg het vaak aan de stok met oudere jongens die me ‘vuile Spanjaard’ noemden. Ik begreep er niets van, werd woedend, ging op de vuist, mijn oudere zus snelde me vaak te hulp. Toen we voor het eerst naar Spanje gingen, zat het er in een Baskisch dorpje waar we familie en vrienden hadden dan weer bovenarms op met een aantal jongens van het dorp. Ik was in hun ogen een Belg die zich aanstelde omdat ik had opgemerkt dat ze ‘Cruijff’ en ‘Merckx’ verkeerd uitspraken. Maar zowel hier als ginder had ik op die momenten gelukkig de meeste kinderen aan mijn zij.

Op 20 november 1975 overleed de dictator na een lange doodsstrijd waarin hij op zijn sterfbed nog doodvonnissen had getekend. Ook die dag herinner ik me nog scherp. Mijn vader schonk een cognac, iets wat hij nooit dronk. En met betraande ogen wenste hij mijn oom, die op bezoek was en niet op de hoogte was, ‘salud’, gezondheid.

Vanaf dan begonnen veel Spanjaarden terug te keren. In 1990 deden mijn ouders dat uiteindelijk ook. Ogenschijnlijk twee Belgische gepensioneerden die de mediterraanse zon opzochten. Mijn kinderen betreuren dat ze niet ‘de echte naam’ van hun abuelito dragen. We gaan met z’n allen door het leven met een soort van pseudoniem. Om te compenseren bedien ik me in Spanje vaak van mijn moeders familienaam, die de naam is van de vermoorde grootvader die ik nooit gekend heb.

Mijn moeder overleed in 2012. Mijn 88-jarige vader blikt vandaag in het warmste rusthuis van het Iberische schiereiland tevreden terug op een gelukkig leven waarvan hij zich almaar minder episoden herinnert. Hij blijft vrolijk en optimistisch. Maar telkens als hij vertelt over de lange reis naar België in het voorjaar van 1937 rollen de tranen over de wangen van de achtjarige jongen op de vlucht voor oorlog en dictatuur, geweld en ontbering.

Spaanse vluchtelingen in Ostende

One thought on “Acht jaar en op de vlucht

  1. G..P. Doornekamp schreef:

    Historisch verhaal !

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

'Vertel jullie kinderen over ons en onze strijd en het leven dat wij wensen. Mogen onze grootste verlangens door het leven zelf overtroffen worden. Werk en heb lief, vecht en win.
Leef. Leef allen en wordt groot.'

Afscheidsbrief van Spanjestrijder Krijn Breur (d.d. 5 februari 1943)

St. Spanje 1936 – 1939

Voor een donatie kunt u gebruik maken van ons rekeningnummer:
NL 96 INGB 0006696045
t.n.v. Stichting Spanje 1936-1939
De stichting is aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Hierdoor zijn giften aan ons aftrekbaar voor de belasting.

Google Translate

Agenda

Geen komende evenementen

%d bloggers liken dit: