Franco stoppen met gebroken geweertjes?

Een reactie plaatsen

1 augustus 2017 door spanje3639

FRANCO STOPPEN MET GEBROKEN GEWEERTJES?

Door Guus Gonggrijp

Heruitgave Vredesinfo , Comite “Stop starwars”, 11de jaargang, nr. 1, 1e kwartaal 1997, Tilburg

Van de vredesdemonstranten die in 1983 massaal en eensgezind tegen de Pershings en krusiraketten te hoop liepen, stonden sommigen tien jaar later lijnrecht tegenover elkaar. Een deel trad toen op tegen interventie in voormalig Joegoslavië en tegen de eenzijdige veroordeling van de Serviërs, anderen pleitten vóór Navo-bomhardementen op Servische stellingen. Het was niet de eerste keer dat Nederlandse vredesactivisten over een Europese burgeroorlog in conflict raakten. De gebeurtenissen in Spanje in de jaren 1936-1939 leidden ook tot onverzoenlijke standpunten, al lagen de verhoudingen en posities toen volstrekt anders.

Vredes-Info sloeg er de vredesbladen van 60 jaar geleden op na, en stuitte op enkele verrassingen.

 

Daar was om te beginnen het grote aantal periodieken, met daarachter evenzovele groepen en groepjes. Begin jaren ’30 hadden de vredesbladen in Nederland bij elkaar zo’n tachtigduizend vaste lezers. In die tijd zette echter ook de neergang in, en niet alleen door de economische malaise. Hitlers machtsovername en de onmacht van het Wereldgeweten (kent iemand die term nog?) tegenover de agressie van Mussolini in Abessinië (Ethiopië) en van Japan in China deden twijfels opkomen. De oorlog in Spanje sneed echter dieper, zij het niet bij alle groepen.

Zo besteedde het burgerlijk-pacifistische ‘Vredes Studie Bureau’ in zijn ‘boven elk partijdig streven’ staande maandblad vrijwel geen aandacht aan ‘de afschuwelijke krijg in Spanje’ – terwijl daar toch wel wat te bestuderen viel.

Opmerkelijk was ook de insteek van het maandblad van de ‘Katholieke Jongeren Vredes-Actie’, dat zijn basis in Vlaanderen had, maar tevens in ons land werd verkocht. ‘Moeten wij ons standpunt herzien?’, kopte ’Vredes-Actie’ in februari 1937 naar aanleiding van de Spaanse ‘broedermoord’. Deze roomse ’vredesmensen’ worstelden namelijk met de vraag of ze Franco niet moesten steunen. ‘Of wij dan niet naar vader’s geweer zouden grijpen, als men onze priesters en kloosterlingen wil ophangen en af slachten?’ Gelukkig oordeelde de redactie dat het geloof niet iets was dat je met geweld kon verdedigen.

Kritiek was er bovendien op de Spaanse geloofsgenoten. Hadden die niet ‘als tollenaars’ gehandeld, en zo tallozen in de armen van het goddeloos bolsjewisme gedreven?

Uit ons land is voor zover bekend één jonge katholiek Franco te hulp gesneld – en vrijwel onmiddellijk gesneuveld.

Aan de andere kant streden in totaal zo’n 600 landgenoten in de Internationale Brigades, en een klein aantal in anarchistische of trotskistische milities. De meeste Interbrigadis- ten waren communisten, en dat warm van oudsher geen pacifisten. ‘Niet de wapens neer, maar de wapens hier!’, luidde in de jaren ’20 hun antwoord op Bertha von Suttners vermaarde anti-oorlogsboek.

Toch was de ‘strijd tegen de imperialistische oorlog’ al vroeg een thema van de Communistische Internationale. Niet alleen omdat militaire conflicten een onmetelijk lijden voor de massa’s betekenden, maar ook omdat oorlogsbranden naar de Sovjet-Unie konden overslaan.

Na de overschakeling op de Volks-frontpolitiek (1935) werd de militaire verdediging van burgerlijke democratieën tegen fascistische agressie aanvaard. In de ogen van de communisten was de oorlog in Spanje het voorspel van een wereldbrand.

Dat gevaar werd ook onderkend bij de ‘Internationale Anti-Militaristische Vereniging in Nederland’, maar hier werden andere conclusies getrokken. De I.A.M.V. was in 1904 door anarchisten opgericht. In weerwil van haar naam was ze een Nederlandse aangelegenheid gebleven, maar de uitstraling naar andere organisaties in ons land, met name van jongeren, was opvallend groot. Als internationale centrale moest vanaf 1921 een Internationaal AntiMilitaristisch Bureau dienen. Ook dit I.A.M.B. had zijn zwaartepunt in Nederland.

Het ‘revolutionair antimilitarisme’ van de anarchisten was niet noodzakelijkerwijs geweldloos; pas de opheffing van de klassen zou vreedzame verhoudingen scheppen. Het leger werd bestreden als instrument en uitdrukking bij uitstek van de kapitalistische repressie.

Na 1914 waren echter steeds meer ethisch en religieus geïnspireerde ’geweldafwijzers’ toegetreden tot de I.A.M.V. Lange tijd ging dat goed, maar in 1936 barstte de bom. In Spanje namen de anarchisten (daar een belangrijke factor) deel aan de oorlog tegen Franco. Toch ging het binnen de I.A.M.V. niet alleen tussen ’geweldaanvaarders’ en ’geweldafwijzers’. Ook de vorm van dat geweld was een twistpunt.

In het Kerstnummer 1936 van het I.A.M.V.-maandblad ‘De wapens neder’ vonden we een artikel onder de kop ’de dictatuur der middelen … van volksmilitie tot rood leger’, dat het dilemma voor de revolutionaire antimilitaristen goed weergeeft. De auteur, Han Kuijsten, begint met een samenvatting van de discussies bij de Spaanse anarchisten: ‘Het         Spaanse proletariaat heeft steeds de overtuiging gehad, dat de eindstrijd met de bourgeoisie niet op onbloedige wijze zou verlopen. Van het karakter van deze eindstrijd heeft het zich echter nooit voldoende rekenschap gegeven. Men was sterk geïnspireerd op de barricadenstrijd van de vorige eeuw.

Van een moderne oorlog en de eisen die door deze gesteld worden, wist men niets. Men bereidde zich voor, doch deze voorbereidingen laten duidelijk zien, dat men alleen op de guerillakrijg rekende, dat men niet tegenover een goed georganiseerd leger zou komen te staan, doch integendeel dat dit leger ondermijnd zou zijn door revolutionaire opvattingen en dus geen slagkracht zou bezitten’.

Het liep anders.

Er kwam een rechtse generaalscoup tegen een gematigd linkse regering. In het grootste deel van Spanje mislukte die. De anarchisten waanden het fascisme reeds verslagen, en beantwoordden het mobilisatiebevel van de regering met een oproep om het geregelde, geüniformeerde ’dwangleger’ te boycotten en toe te treden tot de ’milicias’. Maar al spoedig bleken die geen partij voor Franco’s beroepsmilitairen, die bovendien gesteund werden door Hitler, Mussolini en Salazar.

In het anarchistische orgaan ’Solidaridad Obrero’ verschenen nu toch pleidooien voor dienstplicht, onderwerping aan de bevelen van beroepsofficieren (!) en oorlogsdiscipline. Dat laatste ook in het achterland, getuige de uitspraak van de anarchist Durruti: ’De leiding van alle organisaties moet begrijpen, dat als de oorlog lang duurt, een hiermede overeenstemmende organisatie van het economische leven van het land nodig is’. Kuijsten ziet zijn wereld instorten: ‘Het revolutionaire antimilitarisme is thans voor de keus gesteld zichzelf op te heffen of elke gewapende strijd te verwerpen. De spaanse strijd is pas effectief geworden toen de militia geoefend werd op militaire wijze, ja, de plotselinge weerstand in Madrid is wat zijn efficiency aangaat te danken aan het feit, dat de regering niet alleen plotseling de beschikking kreeg over moderne bewapening, doch ook over deskundigen, die ermee wisten om te gaan!’ De schrijver doelt hier op de wapens, piloten en tankbemanningen uit de Sovjet-Unie, op het Vijfde Regiment van de Spaanse communisten en op de Internationale Brigades, die Franco dan juist voor Madrid tot staan hebben gebracht.

Bitter besluit hij: ‘Kerstmis 1936 is er maar een werkelijke heerser over mensen en dingen: het militarisme. Het militarisme dicteert kortingen en dictators, priesters en arbeiderslei- ders, kommunisten en anarchisten. Het wordt slechts betwist door een handjevol vrije geesten, die aan de toekomst blijven geloven: quia absur- dum!’ Omdat het ongerijmd is, alweer een boektitel, dit keer van Nico van Suchteien.

De richtingenstrijd binnen I.A.M.B. en I.A.M.V, resulteerde in een nieuwe beginselverklaring, waarin ieder ‘georganiseerd geweld’ werd verworpen. Daarop stapten de geweldaan- vaarders op. Ook buitenlandse anarchisten toonden weinig begrip voor het Nederlandse meerderheidsstandpunt. Het I.A.M.B. moest worden ontbonden.

In ’de wapens neder’ bleef men de strijd in Spanje hoofdschuddend volgen, en werd met name de politiek der communisten bekritiseerd.

Achteraf zou ieder zijn historische gelijk opeisen. De anarchistische geweldaanvaarders stelden, dat de Spaanse arbeiders en boeren door ‘Moskou’ strijdwijzen opgedrongen hadden gekregen die hun vreemd waren. Feit is dat deze oorlog weinig ruimte liet voor revolutionaire romantiek. De leuze ’Het is beter staande te sterven dan knielend te leven’ was politiek perfect, maar voor wie een oorlog van dit type wilde winnen was het beter, knielend of desnoods liggend te doden, dan zich staande te laten afschieten. Schuttersputjes en loopgraven waren de meeste anarchisten echter een gruwel: een echte man wroette niet in de grond gelijk een mol, doch trad de vijand fier en met ontblote borst tegemoet. Helaas, bij die vijand, hoe middeleeuws verder ook, zag je dit soort donquichotterieën veel minder.

Communistische oud-Spanjestrijders noemen als oorzaken van de nederlaag een veelheid aan factoren, maai zelden ontbreken daarbij de denkbeelden en handelwijzen van de anarchisten.

Zo vertelt de Antwerpenaar Leon R. in de Kritak-uitgave ‘Vrijwilligers voor de vrijheid’ hoe zijn eenheid met modem luchtdoelgeschut van Sovjet-makelij op weg was naar het Jarama-front. De chauffeurs waren anarchisten, en kennelijk niet van de lijn-Durruti, want onderweg gaven ze er opeens de brui aan. Hun achturige werkdag zat erop, en die was een verworvenheid van de Revolutie…

Maar ook de geweldafwijzers claimen hun gelijk. In de jaren ’30 is in deze kringen de ‘pacifistische volksverdediging’ gepropageerd als alternatief voor de militaire landsverdediging. Die gedachte, ontstaan in kringen van de Vlaamse Oud-Strijders, omschreef het blad ’Vredesstrijd’ van de Nederlandse Jongeren Vredes Actie (JVA) in 1937 aldus: Wanneer ’een vreemde macht ons volk dreigt te onderdrukken en onze cultuur te vernietigen, dan verdedigen we ons met onze eigen en verantwoorde middelen: de weigering van elke medewerking, elke dienst, elke betaling; de zelfstandige organisatie van het materiële en geestelijke volksleven, de boycot van de bezetter in handel en wandel; de beïnvloeding door woerd en geschrift van soldaten en beambten; de burgerlijke ongehoorzaamheid en lijdelijk verzet.’

Drie jaar later kon dit concept in Nederland in de praktijk worden getoetst. Erg bemoedigend zijn de resultaten van het ’bovengewelddadige verzet’ niet geweest. Maar de ware pacifist denkt in grotere tijdseenheden. Heeft ook de Franco-dictatuur uiteindelijk niet zonder bloedvergieten het veld moeten ruimen?

Er valt, kortom, nog heel wat uit te discussiëren. Ook voor de huidige tijd.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

'Vertel jullie kinderen over ons en onze strijd en het leven dat wij wensen. Mogen onze grootste verlangens door het leven zelf overtroffen worden. Werk en heb lief, vecht en win.
Leef. Leef allen en wordt groot.'

Afscheidsbrief van Spanjestrijder Krijn Breur (d.d. 5 februari 1943)

St. Spanje 1936 – 1939

Voor een donatie kunt u gebruik maken van ons rekeningnummer:
NL 96 INGB 0006696045
t.n.v. Stichting Spanje 1936-1939
De stichting is aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Hierdoor zijn giften aan ons aftrekbaar voor de belasting.

Google Translate

Agenda

Geen komende evenementen

%d bloggers liken dit: