Arie, Herman en Cor: Nederlanders in de Slag om Brunete

Een reactie plaatsen

16 maart 2016 door spanje3639

Cartel marcha Quijorna 2016Op 2 juli 2016 organiseert de historische vereniging Brunete en la Memoria voor de tiende maal een mars ter herdenking van de Slag van Brunete.

Dit jaar vertrekt de wandeling in het dorp Quijorna, op ongeveer 35 km ten westen van Madrid. Begin juli 1937 werd Quijorna ingenomen door de 11de Internationale Brigade. Die brigade telde ook Nederlandse vrijwilligers.

Zoals ieder jaar zullen de deelnemers, na een paar uur wandelen onder een meedogenloze zon, snakken naar water en schaduw. Begin juli kan het bloedheet zijn in dit deel van de Castiliaanse vlakte. Het geeft een idee van de ellendige omstandigheden waarin tienduizenden soldaten zich bevonden.

Geen wonder dat veteranen zich de Slag om Brunete herinneren als een hel op aarde. Naast de droogte van juli stond een groot deel van het landschap in brand, als resultaat van de bombardementen van het Condor Legioen dat gretig brandbommen dropte.

37.000 verliezen

Na het tot staan brengen van de troepen van generaal Franco bij Guadalajara, kozen de Republikeinen voor het oosten van Madrid om zelf in het offensief te gaan. Een korps onder leiding van generaal Juan Modesto en één onder leiding van generaal Enrique Jurado vielen op 6 juli 1937 aan in de richting van het dorp Brunete. De leiding van deze uit 85.000 man, 300 vliegtuigen en 130 tanks bestaande legermacht viel onder generaal José Miaja.

De 11de Divisie onder leiding van generaal Enrique Lister, leidde de aanval en nam al snel Brunete in. Franco zag zich op 8 juli gedwongen om versterkingen vanuit het noorden, naar het front bij Brunete te zenden. Na korte tijd Brunete en enkele omringende dorpen te hebben bezet, werden de Republikeinen echter door troepen onder leiding van generaal José Varela weer teruggedrongen. Franco zette voor deze operatie maar liefst 31 bataljons, 7 artilleriebatterijen en het Condor Legioen in.

De veldslag, zou één van de zwaarste uit de burgeroorlog worden. Verliezen aan beide kanten waren zeer groot. Er gingen zo’n 17.000 Nationalistische manschappen verloren en aan Republikeinse zijde vielen er 20.000 slachtoffers.

Uit protest tegen de inmenging van Duitsland en Italië in de oorlog stelde Frankrijk voor een aantal dagen haar grenzen open zodat nieuwe voorraden de Republiek konden binnenstromen. De voorraden waren echter nooit toereikend om werkelijk de balans te doen omslaan. Op 18 juli ondernamen de Nationalisten met hulp van het Condor Legion een tegenaanval op Brunete zelf. Vluchtende Republikeinse soldaten vielen ten prooi aan de vliegtuigen van het Condor Legioen dat bijna ongemoeid haar operaties kon uitvoeren. Een week later was Brunete weer in Nationalistische handen. Er vormde zich een nieuwe frontlijn die ongewijzigd bleef tot aan het einde van de oorlog. Tijdens de herdenkingsmars gaat de wandeling via het kerkhof van Quijorna en wat er overblijft van Republikeinse posities.

De Hollanders

Stichting Spanje 1936 – 1939 stuurde mij onlangs een passage uit “Nederlanders onder commando van Hollander Piet in Spanje” uit 1939 waarin Nederlandse vrijwilligers het over het dorp Villanueva de la Cañada hebben. Ze waren met z’n drieën: Arie Poelgeest, Cor de Man en Herman van de Hamer. Volgens documenten uit het Militair Archief van Ávila behoorden ze tot de 11de Internationale Brigade, die naast Duitsers en Oostenrijkers ook heel wat Nederlanders en Vlamingen telde.

Tijdens de Slag om Brunete bestond de 11de Internationale Brigade uit vier bataljons: Thaelman, Edgar André, Hans Beimler en 12 de Febrero. Het is ons niet duidelijk tot welk bataljon de drie behoorden.

Zoals dat wel meer het geval is met herinneringen die na de oorlog op papier werden gezet, worden hier twee dorpen met elkaar verward. Tijdens de aanval op Villanueva de la Cañada kregen de 3de, 6de en 68ste Republikeinse brigades hulp van de twee Internationale Brigades (13de en 15de).

De 11de Internationale Brigade nooit ingezet werd bij de aanval op dat dorp.

Quijorna. Nu en Toen

Quijorna. Nu en Toen

Waar de Nederlanders wel werden ingezet was Quijorna. Op 8 juli namen twee bataljons van de 11de IB deel aan de bestorming van het kerkhof van Quijorna. Op 9 juli werd het kerkhof ingenomen.

Hier volgt de passage uit “Nederlanders onder commando van Hollander Piet in Spanje”:

“Er waren verscheidene Hollanders ingedeeld in het bataillon, dat een aanval zou doen op het dorp Villa Nueva de la Canada. Het bataillon trok verspreid over het veld, onder zwaar artillerievuur. Niettemin kwam men tot vlak bij het dorp…. Tegen de middag werd een nieuwe aanval ondernomen en het bataillon naderde tot op 40 meter afstand van de eerste post van de vijand. Maar het was niet mogelijk zich op te richten of men had er een te pakken.

Arie Poelgeest lag een meter of drie verwijderd van zijn kameraad Herman van de Hamer. Daar ziet Herman dat Arie een schot in zijn hoofd krijgt. Hij springt op, denkt aan geen gevaar en verbindt zijn vriend zo vlug mogelijk. Ook sleept hij hem een drie honderd meter achteruit….

Arie is op van bloedverlies. Maar hij is vooral bezorgd om Herman, zijn wapenbroeder.

‘Herman’, zegt hij, ‘denk maar niet om mij, denk maar om je zelf, dat je er geen te pakken krijgt, want je bent zo’n wilde….’

Huilend van woede wilde Herman zich weer in de strijd werpen om zijn gewonden vriend te wreken. Doch de aanval was reeds mislukt. Maar de volgende dag[1], toen de wilde woede van Herman voor een nuchtere, halsstarrige verbittering had plaats gemaakt, verklaarde de commandant: ‘Dat dorp moeten we hebben!’, werd de aanval opnieuw ondernomen met de commandant voorop. En…. het dorp werd veroverd.

De strijd kostte offers.

Quijorna. Toen en Nu

Quijorna. Toen en Nu

Een paar dagen later, bij een nachtelijke overval, kreeg Cor de Man een schot in zijn borst. Om de positie van zijn makkers niet te verraden, gaf hij geen kik, maar ging zo stil als hij kon achteruit, vanwaar hij werd weggedragen. Cor de Man was een held; niettegenstaande zijn hand al verminkt was aan het front van Jarama, was hij toch opnieuw als vrijwilliger naar zijn kameraden teruggekomen om tegen het fascisme te vechten.”

Een groot deel van het dorp werd verwoest. De foto’s van ruïnes en de vernielde kerk werden genomen door de oorlogsfotografe Gerda Tarro, de vriendin van Robert Capa. Zij stierf op 26 juli in El Escorial, nadat een ongeval met een Republikeinse tank in Villanueva de la Cañada. Wie zin heeft om naar de herdenkingsmars te komen, is welkom. Ernesto Viñas zal tijdens de wandeling uitleg in het Spaans geven, ikzelf kan jullie in het Nederlands te woord staan.

Sven Tuytens

Brunete en la Memoria

contact: sventuytens@yahoo.com

[1] “De volgende dag” was 9 juli 1937. Villanueva de la Cañada werd op een dag ingenomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

'Vertel jullie kinderen over ons en onze strijd en het leven dat wij wensen. Mogen onze grootste verlangens door het leven zelf overtroffen worden. Werk en heb lief, vecht en win.
Leef. Leef allen en wordt groot.'

Afscheidsbrief van Spanjestrijder Krijn Breur (d.d. 5 februari 1943)

St. Spanje 1936 – 1939

Voor een donatie kunt u gebruik maken van ons rekeningnummer:
NL 96 INGB 0006696045
t.n.v. Stichting Spanje 1936-1939
De stichting is aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Hierdoor zijn giften aan ons aftrekbaar voor de belasting.

Google Translate

Agenda

Geen komende evenementen

%d bloggers liken dit: