Terug naar de Ebro

Een reactie plaatsen

21 februari 2015 door spanje3639

Herman Scheerboom, de laatste Interbrigadist

door Frederik Philip Kuethe

ScheerenboomHerman Scheerboom en ik renden of ons leven er vanaf hing door de eindeloze gangen van Schiphol om ons vliegtuig naar Barcelona te halen. Het was juli 2003 en deze 91-jaar oude tanige Amsterdammer liep mij er mooi uit. De reden dat wij erg laat waren, was een merkwaardige. Bij het douane-poortje gekomen, begon Herman te ‘piepen’. Dat hield niet op toen hij zijn broekriem en zijn schoenen had uitgetrokken. Opeens wist hij wat er aan de hand was. Hij zei heel rustig: ‘Het zijn de stukjes lood die tijdens de Spaanse Burgeroorlog in mijn kop zijn blijven zitten.’

Ik heb nog altijd bewondering voor de marechaussee die Herman zonder mankeren doorliet nadat ik hem deze boodschap had overgebracht. Dankzij hem haalden wij onze vlucht op het nippertje. Het doel van de reis was een bijeenkomst langs de Ebro van de veteranen van de Internationale Brigades. De Ebro was het enige front van belang in de Burgeroorlog geweest waar de Interbrigadisten in 1938 tijdelijk vijftig kilometer op de troepen van Franco hadden terug gewonnen.

Herman Scheerboom werd in 1912 in de Warmoestraat in hartje Amsterdam geboren. Zijn vader stierf twee jaar later. Na de lagere school moest Herman gaan werken. Hij had allerlei baantjes maar sinds 1934, volop crisistijd, was er geen werk meer. Twee jaar eerder was hij lid geworden van de Communistische Partij Holland, die in 1935 de Communistische Partij Nederland werd. Communist is hij nog steeds. Naast mij in het toestel van Iberia belicht hij, gelardeerd met veel jaartallen, zijn drijfveren om destijds naar Spanje te gaan: ‘In de jaren dertig raakte ik betrokken bij het politieke gebeuren, mede omdat er in Duitsland zulke vreselijke dingen gebeurden. In Spanje won het Volksfront in februari 1936 de verkiezingen. Het was de eerste keer sinds 1931 dat het links lukte om rechts van de macht af te houden. Op 18 juli van dat jaar kwam generaal Franco in opstand. Mijn sympathie lag geheel bij de Spaanse Republiek.’

Met een kameraad liftte hij in juni 1937 naar Parijs. Alles wat ze wisten, was dat ze zich moesten melden op het adres van een vakbond. ‘De partij kon ons niet echt helpen. De cpn moest zich afzijdig houden bij het werven voor Spanje en ik was nog nooit in het buitenland geweest.’

Van Parijs ging het per trein naar Perpignan. De Pyreneeën werden in het holst van de nacht te voet overgestoken. Aan de Spaanse kant van de grens werd een nieuwe lichting brigadisten (in totaal zouden er bijna 40.000 uit meer dan vijftig landen komen) opgewacht door vrachtauto’s en overgebracht naar Figueras. Daar werd Scheerboom gehuisvest in een oud fort totdat een trein hem naar Albacetre bracht. Daar werd Scheerboom ingedeeld bij de Elfde Brigade. Die bestond voornamelijk uit Duitsers, Oostenrijkers, Belgen en een paar Nederlanders.

De meeste Nederlandse brigadisten dienden overigens in het Duitstalige Thälmann-bataljon. Daarbinnnen werd medio 1937 de Nederlandse compagnie ‘De Zeven Provinciën’ opgericht. In totaal zouden ongeveer 700 Nederlanders de Brigade komen versterken. Meer dan de helft sneuvelde, en van de overlevenden zou nog eens de helft omkomen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Na een trainingskamp van twee weken werden Scheerboom en zijn metgezellen richting Zaragossa gestuurd. Die stad was toen al in de handen van Franco, maar de republikeinen hadden de hoop op herovering nog niet opgegeven. De mannen van de Elfde Brigade beschikten over Russische geweren en hadden al gauw in de gaten dat hun vijanden beter waren toegerust. Dat het fout ging met de Republiek werd hun al snel duidelijk.

Het staat Scheerboom nog helder voor de geest hoe het verder ging. ‘In januari 1938 begonnen we een offensief bij Teruel. Dat hebben we voor korte tijd inderdaad heroverd. Het was vreselijk koud. Zelfs overdag vroor het nog 15 graden. De Junkers en Stuka’s van Hitler kwamen dikwijls over. Je moest ’s nachts heen en weer lopen om niet dood te vriezen. Daar ben ik geraakt door een kogel. Op de röntgenfoto van mijn schedel geven witte vlekjes nog altijd aan waar het lood zit. Nou ja, je hebt gezien wat er bij de douane gebeurde. Ik stond die nacht in een loopgraaf en had mijn wollen muts opgerold over mijn oren. De dubbele laag wol heeft de kogel afgestopt en zo mijn leven gered. Ik werd naar het ziekenhuis in Benecassim gebracht. De doktoren hadden niets om mee te werken. Beenamputaties gingen met de zaag.’

Eenmaal hersteld ging Scheerboom naar het front langs de Ebro. Daar werd hij op verschillende plaatsen ingezet. Zijn brigade raakte verstrooid. Met twee andere Nederlanders was hij op zoek naar zijn legereenheid toen zij in april 1938 in de buurt van Villalba in handen vielen van soldaten van Franco. ‘Die brachten ons naar een boerenschuur waar een ezel op stal stond. Het was nog niet zo makkelijk om met die franquisten te praten, want wij hadden weinig gelegenheid gehad om Spaans te leren. Kort daarna werden wij getransporteerd naar het kamp San Pedro de Cardeña, een klooster in de buurt van Burgos. Daar heb ik anderhalf jaar vastgezeten.’

Prettig was die gevangenschap allerminst. ‘We hadden niets te doen en leefden voortdurend in angst. Bij de trap naar de binnenplaats waar het eten werd uitgedeeld, stonden de bewakers ons op te wachten en sloegen vaak lukraak op ons in.’ – In de tweede helft van 1939 werd Scheerboom overgebracht naar Belchite waar hij in een steengroeve als dwangarbeider moest werken. Toch vond hij dat prettiger dan het niets doen in het vorige kamp.

In de periode van zijn gevangenschap voerde Scheerboom een briefwisseling met het Nederlandse gezantschap te Madrid. Via het Rode Kruis kon hij zelfs corresponderen met Nederland. Tijdens zijn tijd bij de Internationale Brigade was dat onmogelijk geweest. Aan zijn moeder was verteld dat haar zoon werd vermist. Haar brieven naar Spanje verrieden grote ongerustheid.

Jonkheer mr. W.E. van Panhuys, de gezantschapssecretaris wiens rol tijdens de Spaanse Burgeroorlog overigens niet geheel onomstreden is in linkse kringen en die later nog een belangrijke rol zou spelen in de kwestie inzake de aankondiging in Spanje van Prinses Irene dat zij het rooms-katholieke geloof zou aannemen, bezocht de Nederlandse krijgsgevangenen in San Pedro enkele malen. In dat kamp zaten overigens mensen van allerlei nationaliteiten. De ambassades van de Amerikanen, Belgen en Scandinaviës kregen hun mensen tamelijk snel vrij. Om onduidelijke redenen moesten de Nederlanders blijven zitten.

In 1941 verhuisde Scheerboom naar een interneringskamp in Miranda del Ebro. De leefomstandigheden waren daar wat beter. In die tijd leerde hij Ed Rottenberg (vader van Felix) kennen. Rottenberg senior probeerde als jood via Spanje naar Engeland te ontkomen. Hoewel Franco geobsedeerd was door de mythe van de judeo-maçonieke samenzwering tegen Spanje en het rooms-katholicisme, besefte hij dat al te rabiaat antisemitisme zijn internationale positie geen goed zou doen. Rottenberg hoefde dus niet lang in dat kamp te verblijven. Eenmaal vrij, getroostte hij zich veel moeite om de gezant in Madrid te bewegen de vrijlating van Scheerboom en de zijnen te bespoedigen. Van die pogingen hield Rottenberg zijn vriend Scheerboom in bemoedigende bewoordingen per brief op de hoogte.

Bemoedigende woorden of niet, pas in juli 1943 werd Scheerboom vrijgelaten, na vijf jaar gevangenschap. Het duurde nog even voordat hij die vrijheid echt kon proeven. Want al mochten hij en zijn metgezellen van de Spanjaarden gaan, niemand van de Nederlandse vertegenwoordiging in Madrid kwam hen afhalen. Uiteindelijk waren het Luxemburgse diplomaten die hen op de trein naar de hoofdstad zetten. De Franco-gezinde opstelling van de Nederlandse vertegenwoordiging, alsook hun afhoudende gedragingen jegens Engelandvaarders die zich via Spanje bij de geallieerden wilden aansluiten, hebben later nog tot een onderzoek van de Enquête-Commissie Cleveringa aanleiding gegeven.

In elk geval gloorde voor Scheerboom de vrijheid. ‘In Madrid had het gezantschap ons ondergebracht in Hotel Internacional en het zorgde ook voor wat kleedgeld en zakgeld. We moesten ons elke dag bij de politie op de Puerta del Sol melden. We hadden drie vriendinnen leren kennen en namen die grietjes wel eens mee naar het Retiro om een vertering te gebruiken. Maar er was geen sprake van dat we ’s avonds het nachtleven in gingen en ons aan alcoholica te buiten gingen, zoals in rechtse kringen wel is beweerd. Dat je door Madrid kon lopen als een vrij man was op zichzelf al een attractie.’

Uiteindelijk zorgde het gezantschap voor de papieren waarmee de ex-brigadisten door konden reizen naar Lissabon. De ambassade daar bracht hen onder in Praia das Maçâs, een badplaats waar Scheerboom goed opknapte. Met een Brits konvooi van Libertyschepen vertrok hij eind augustus 1943 naar Engeland.

‘Het werd een heerlijke zeereis. In de café’s van Gibraltar sloegen Britse matrozen elke avond aan het matten met de Italiaanse. Om middernacht werd het Britse volkslied gespeeld, dan ging iedereen rechtop staan. Daarna ging het matten weer rustig door.’
Scheerboom ging in Liverpool van boord en meldde zich onmiddellijk aan bij de Prinse Irene Brigade. In 1944 werd hij in Vrouwenpolder op Walcheren gelegerd; op Tholen waren de Duitsers met hun V2’s in de weer. De laatste maanden van de oorlog was hij betrokken bij hevige gevechten rond Hedel. Op de dag van de capitulatie lag Scheerboom aan de Maas.

Nu zit hij hier naast me op achtduizend meter hoogte boven de Pyreneeën, met zijn felle blauwe ogen, zijn achterovergekamde haar en zijn sandalen van een zacht materiaal. Hij heeft een metalen vlaggetje in de kleuren van de Spaanse Republiek (rood geel paars) op zijn revers geprikt. De stewardess vraagt hem of hij nog een tweede bekertje koffie wil. Ja, gaarne; deze veteraan van de International Brigade is op weg naar zijn weerzien met de Ebro en kan wel wat koffie gebruiken.

‘Eind mei 1945 bevond ik me na mijn afzwaaien bij de Prinses Irene Brigade in Den Haag. Daar had ik juist Ans, de vrouw met wie ik vijf maanden later zou trouwen, leren kennen. Er werd gevraagd of er iemand belangstelling had om te werken voor de Nederlandsche Bank. Ik was trots op mijn verleden bij de Internationale Brigade, maar ik besloot er over te zwijgen. Er moest brood op de plank. De man die mij moest aannemen, was een zekere Roest van Limburg. Die zag er nogal uit als een conservatieve meneer. Ik was bang dat hij zich bedenken zou wanneer ik hem over mijn Spaanse tijd vertelde. Bij de Prinse Oranje Brigade had ik min of meer een vrij leven gehad. De beamten van de Nederlandsche Bank liepen nog met van die witte gesteven boordjes rond. In die sfeer heb ik het moeilijk gehad, maar ik heb toch doorgezet.’

Opmerkelijk genoeg had Scheerboom kort na de bevrijding zijn Nederlandse nationaliteit weer teruggekregen, in tegenstelling tot de meeste Interbrigadisten die daar tot de jaren zeventig op moesten wachten. Maar om in die tijd in Amsterdam een huis te kunnen krijgen, moest je niet alleen Nederlander zijn, maar ook getrouwd. Voor Herman en Ans, die ook uit een links nest kwam, een reden temeer om hun huwelijk niet te lang uit te stellen. Op 4 oktober 1945 trouwden ze. De bruidegom deed dat bij gebrek aan feestkleding in zijn uniform van de Prinses Irene Brigade. Ze kregen twee kinderen. Later maakte hij met Ans graag bridgereizen.

Bij de Nederlandsche Bank kreeg Scheerboom aanvankelijk een functie bij de bewakingsdienst, later bij de postkamer. Omdat hij uitstekend fotografeerde, deed hij ook steeds meer fotowerkzaamheden voor de bank. De eerste jaren heeft hij er nooit over zijn ervaringen in Spanje gesproken. Pas in de periode dat Wim Duisenberg president was, kon Scheerboom er vrijuit over praten.

Het vliegtuig heeft de daling naar Barcelona ingezet. Zelfs nu we de Spaanse aarde naderen, valt het niet mee om Scheerboom een uitspraak te ontlokken over zijn eigen rol in de burgeroorlog. Uiteindelijk zegt hij zacht: ‘Na 1945 heb ik mij politiek afzijdig gehouden, al bleven mijn gedachten dezelfde. Ik voel een zekere tevredenheid dat wat ik heb gedaan, goed is geweest. Ondanks de tegenwerking van officiële kant in Nederland is het historisch bewezen dat onze benadering juist was. Dat geeft een goed gevoel.’

Hij wijst naar de zonovergoten velden onder ons. ‘Het is jammer dat het regime van Franco zo lang heeft geduurd, maar de democratie is er nu dan toch.’
Herman Scheerboom overleed op 7 september 2010, 98 jaar oud. Volgens zijn uitdrukkelijke wens werd zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap gesteld.

Printversie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

'Vertel jullie kinderen over ons en onze strijd en het leven dat wij wensen. Mogen onze grootste verlangens door het leven zelf overtroffen worden. Werk en heb lief, vecht en win.
Leef. Leef allen en wordt groot.'

Afscheidsbrief van Spanjestrijder Krijn Breur (d.d. 5 februari 1943)

St. Spanje 1936 – 1939

Voor een donatie kunt u gebruik maken van ons rekeningnummer:
NL 96 INGB 0006696045
t.n.v. Stichting Spanje 1936-1939
De stichting is aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Hierdoor zijn giften aan ons aftrekbaar voor de belasting.

Vul email adres in om deze blog te volgen. U ontvangt een email bericht als een nieuw artikel wordt geplaatst.

Google Translate

Herdenking gedichtenboek

Agenda

Geen komende evenementen

%d bloggers liken dit: